Home > arbeidsrecht > Individuele omstandigheden bij het bepalen van de billijke vergoeding: de eerste toepassingen
Individuele omstandigheden bij het bepalen van de billijke vergoeding: de eerste toepassingen

Individuele omstandigheden bij het bepalen van de billijke vergoeding: de eerste toepassingen

Mijn collega Maaike de Jonge berichtte u hier eerder al over het arrest van de Hoge Raad, waarin is besloten dat individuele omstandigheden meewegen bij het vaststellen van de billijke vergoeding. In juli zijn meerdere uitspraken gewezen, waarin dit arrest concreet wordt toegepast. Hieronder een overzicht van de billijke vergoedingen sindsdien.

Rechtbank Noord-Nederland 11 juli 2017: vergoeding € 60.000,- (ECLI:NL:RBNNE:2017:2726)

In deze zaak ging het om een ontslag op staande voet van een statutair bestuurder, welke zonder redelijke grond was gegeven. De bestuurder vorderde een billijke vergoeding ten hoogte van € 150.000. Dit bedrag was gebaseerd op (gemist inkomen uit loon) gedurende een periode van 6 maanden, welke overeenkomt met de duur van de opbouw van een functioneringsdossier, vermeerderd met de door de bestuurder te lijden inkomensschade, imagoschade, het gemis van de nog lopende earn-out-regeling en het preventieve en punitieve element. De rechtbank oordeelde dat de billijke vergoeding moet worden bepaald aan de hand van alle omstandigheden van het geval, waarbij tevens een vergelijking wordt gemaakt tussen de situatie zonder vernietigbare opzegging en de situatie waarin de werknemer zich nu bevindt. De rechtbank kende een billijke vergoeding toe van € 60.000. Deze vergoeding is gebaseerd op de volgende componenten: de inkomensschade van 6 maanden, een gemis aan omzet voor de beheer-b.v. van de bestuurder en een compensatie voor de imagoschade en psychische schade die de bestuurder heeft ondervonden van het ontslag.

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 13 juli 2017: vergoeding € 14.634,- (ECLI:NL:GHSHE:2017:3241)

Hier werd de werknemer op staande voet ontslagen, vanwege het volgens de werkgever onvoldoende meewerken aan re-integratie. Het hof was van mening dat dit ontslag op staande voet onterecht was en veroordeelde werkgever tot betaling van een billijke vergoeding van € 14.634,-. Deze vergoeding kwam overeen met het gemis aan loon welke de werknemer had genoten als de opzegging zou zijn vernietigd, rekening houdende met de langdurige ziekte van werknemer (neerkomend op een compensatie van 30% van het loon gedurende 22 maanden).

Rechtbank Noord-Nederland 13 juli 2017: vergoeding € 25.000,- (ECLI:NL:RBNNE:2017:2700)

Werknemer was in deze zaak met een briefje (met onder andere de tekst: “morgen is je laatste werkdag”) op staande voet ontslagen door zijn werkgever. Dit ontslag op staande voet werd onterecht gegeven, waardoor de rechtbank de werkgever veroordeelde tot betaling van een billijke vergoeding van € 25.000,–. In deze billijke vergoeding werd de gemiste inkomensschade opgenomen ten hoogte van 6 maanden, welke periode overeenkomt met een gemiddeld functioneringstraject (een bedrag van € 17.500,-). Daarnaast werd in deze vergoeding de psychische schade van werknemer meegenomen (en begroot op: € 7.500,-).

Rechtbank Limburg 17 juli 2017: vergoeding € 44.911,- (ECLI:NL:RBLIM:2017:6879)

In deze zaak heeft de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbonden op grond van een verstoorde verhouding. Werknemer heeft op zijn beurt om een billijke vergoeding verzocht. De kantonrechter heeft de billijke vergoeding toegekend, nu de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. De werkgever heeft immers enkel aangestuurd op beëindiging van de arbeidsovereenkomst en heeft geen medewerking verleend aan de voortzetting van een verbetertraject met de werknemer. De kantonrechter begroot de billijke vergoeding (die uiteindelijk neerkomt op een bedrag van € 44.911,-) op verschillende componenten. Ten eerste begroot de kantonrechter een bedrag van € 15.000,- voor de mate van verwijtbaarheid van het handelen van de werkgever, geabstraheerd van de gevolgen voor de werknemer. Het andere deel van de billijke vergoeding wordt door de kantonrechter begroot op inkomensderving. De kantonrechter oordeelt dat de arbeidsovereenkomst waarschijnlijk nog drie jaar had geduurd en begroot deze schade dan ook op de inkomensderving, met aftrek van de door de werknemer te ontvangen WW-uitkering. Vervolgens brengt de kantonrechter een deel van de transitievergoeding in mindering op deze inkomensschade, omdat ook de transitievergoeding (deels) als doel heeft inkomensschade te compenseren.

Rechtbank Noord-Nederland 18 juli 2017: vergoeding € 15.000,- (ECLI:NL:RBNNE:2017:2796)

Hier ging het om een ontbindingsverzoek zijdens werknemer, die door ernstig verwijtbaar handelen/en of nalaten van werkgever geen enkel vertrouwen meer had in een vruchtbare voortzetting van het dienstverband en dat voortzetting van het dienstverband ook niet langer kon worden gevergd. De kantonrechter wijst het ontbindingsverzoek toe en is van mening dat ruimte is voor een billijke vergoeding. De werkgever heeft ernstig verwijtbaar gehandeld, door de rol van werkgever niet voldoende in acht te nemen richting de werknemer. De kantonrechter houdt bij de begroting van de billijke vergoeding rekening met het handelen namens werkgever en de gevolgen van het ontslag voor werknemer. De kantonrechter acht een overbruggingsperiode van 6 maanden redelijk voor werknemer om een nieuwe baan te vinden. Op grond van het salarisniveau van werknemer en de te ontvangen transitievergoeding, begroot de kantonrechter de billijke vergoeding op een bedrag van € 15.000,-.

Rechtbank Midden-Nederland 24 juli 2017: vergoeding één jaarsalaris (ECLI:NL:RBMNE:2017:3808)

De werknemer werd op staande voet ontslagen. Vervolgens vordert werknemer tot vernietiging van het ontslag op staande voet en een billijke vergoeding van € 50.000,-, welke wordt gebaseerd op het door werknemer te lijden inkomensverlies tot aan AOW-gerechtigde leeftijd. Daarbij wordt tevens aangevoerd dat de werknemer geen aanspraak kan maken op een WW-uitkering en dat de werknemer een beperkt arbeidsverleden heeft, dat hem weinig zicht op een nieuwe baan biedt. De kantonrechter begroot de billijke vergoeding op het verlies aan inkomen gedurende één jaar. Daarbij speelt een rol dat de werknemer een 62-jarige man is met een lichamelijke beperking en eenzijdige werkervaring. Tevens overweegt de kantonrechter dat de arbeidsmarkt voor de werknemer niet zo slecht is als wordt betoogd, waardoor één jaarsalaris redelijk wordt geacht (waarin mede de uitkering van de transitievergoeding zit inbegrepen).

Rechtbank Limburg 27 juli 2017: vergoeding: € 4.252,50 (ECLI:NL:RBLIM:2017:7257)

In deze zaak wordt de werknemer op staande voet ontslagen wegens een woede uitbarsting. De kantonrechter oordeelt dat het ontslag onterecht is gegeven, waardoor aan de werknemer een billijke vergoeding toekomt. De kantonrechter houdt bij de begroting van de billijke vergoeding rekening met het loon dat de werknemer nog zou hebben genoten bij werkgever als de opzegging zou zijn vernietigd. Omdat de kantonrechter het aannemelijk acht dat tevens sprake was van een verstoorde verhouding, houdt de kantonrechter rekening met de termijn voor een ‘normale’ beëindiging middels ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De billijke vergoeding wordt begroot op inkomensderving over de periode tussen het ontslag op staande voet en de eerste mogelijkheid tot ontbinding door de rechter. Op deze inkomensderving wordt de schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging in mindering gebracht. De billijke vergoeding komt neer op twee maandsalarissen.

 

Welke lijn valt uit deze uitspraken te herleiden?

Allereerst valt het op dat de rechters in de begroting veelal rekening houden met de inkomensderving indien de arbeidsrelatie had voortgeduurd. Hierbij wordt zowel gekeken naar andere ontslaggronden (bijvoorbeeld de duur van een ontbindingsprocedure) als naar de inkomensderving tot het moment waarop de rechter het aannemelijk vindt dat de arbeidsovereenkomst zou zijn geëindigd. Daarnaast valt het op dat bij de begroting van de billijke vergoeding tevens rekening wordt gehouden met andere vergoedingen waar de werknemer aanspraak op maakt. Dit ziet op de transitievergoeding en de vergoeding wegens onregelmatige opzegging, maar tevens op de aanspraak op een WW-uitkering. De billijke vergoeding wordt dus niet ‘naast’ al deze vergoedingen toegekend, maar is meer een ‘rest-vergoeding’, waarbij rekening wordt gehouden met het totaal aan vergoedingen. Tot slot blijkt uit enkele uitspraken dat de rechter rekening houdt met psychische gevolgen voor de werknemer en de mate waarin de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Deze lijn komt overeen met de bedoeling van de billijke vergoeding en de parlementaire geschiedenis daaromtrent. Indien (mogelijk) aanspraak is op een billijke vergoeding, doet de werkgever er goed aan om alsnog inzichtelijk te maken waarom de arbeidsovereenkomst op een korte termijn zou zijn geëindigd. Op die manier lijkt het (gelet op bovenstaande jurisprudentie) mogelijk om de billijke vergoeding zoveel mogelijk te beperken.

 

 

 

 

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen