Home > arbeidsrecht > Opbouw en verjaring van vakantie-uren
Opbouw en verjaring van vakantie-uren

Opbouw en verjaring van vakantie-uren

Vakantie-uren worden alleen opgebouwd over ieder jaar waarin de werknemer “gedurende de volledige overeengekomen arbeidsduur recht op loon heeft gehad”, aldus de kantonrechter te Roermond, die oordeelde in een geschil tussen een sociotherapeut en een forensisch psychiatrische kliniek.

De betrokken werkneemster was in augustus 2009 in dienst getreden en vanaf 16 april 2013 volledig arbeidsongeschikt. Aan de werkneemster werd in maart 2015 een WGA-uitkering toegekend met ingang van 5 april 2015. De werkgever vroeg vervolgens toestemming aan het UWV voor het verlenen van ontslag. Aanvankelijk werd deze toestemming geweigerd, maar in 2016 werd de toestemming alsnog verleend en eindigde de arbeidsovereenkomst door opzegging per 1 augustus 2016..

De werkneemster betwist de redelijke grond en meent dat zij recht heeft op een billijke vergoeding op grond van het feit dat de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen zou hebben verricht. Deze beide vorderingen worden door de kantonrechter afgewezen. In de uitspraak kwamen ook nog twee andere aspecten aan bod.

Opbouw vakantie-uren alleen tijdens loondoorbetalingsverplichting?

De werkneemster stelt zich op het standpunt dat zij vakantie-uren opbouwt zolang als het dienstverband heeft voortgeduurd, in dit geval tot 1 augustus 2016. De kantonrechter is het met deze stelling niet eens en geeft aan dat de opbouw van vakantie-uren is gekoppeld aan de verplichting om loon te betalen. In de cao GGZ, die van toepassing was, is opgenomen dat de werknemer die geen recht meer op loon heeft vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid, nog wel recht heeft op vakantie maar naar de mening van de kantonrechter betekent dit echter niet dat er over die dagen ook loon verschuldigd is.

Wanneer verjaren de vakantiedagen?

In de procedure twisten partijen ook over de vraag welke verjaringstermijn van toepassing is op de vakantie-uren. Volgens artikel 7:640a BW is er sprake van een korte verjaringstermijn namelijk van zes maanden na de laatste dag van het kalenderjaar waarin de aanspraak is verworven, tenzij de werknemer tot aan dit tijdstip redelijkerwijs niet in staat is geweest vakantie op te nemen. Als dat laatste aan de orde is, is er sprake van een verjaringstermijn van vijf jaar op grond van artikel 7:642 BW. De werkneemster meent dat dit artikel toepassing moet krijgen, terwijl de kliniek uitgaat van de verjaringstermijn van een half jaar voor alle wettelijke vakantie-uren. De kantonrechter stelt dat een zieke werknemer alleen in staat is om de minimum vakantie op te nemen als er ook re-integratie-inspanningen van hem worden verlangd. In de jaren 2013 en 2014 waren er voor de werkneemster echter geen benutbare mogelijkheden en is er feitelijk geen re-integratie geweest. Daarmee staat voor de kantonrechter vast dat de werkneemster redelijkerwijs niet in staat geweest is om vakantie op te nemen. In 2015 lag de situatie anders en heeft werkneemster vakantie genoten en verlof opgenomen. Zo kon het dus zijn dat “oude” vakantie-uren nog openstaan, terwijl later opgebouwde vakantie-uren zijn vervallen.

Heeft u vragen over ziekte, arbeidsongeschiktheid en alles wat daarmee samenhangt? Wij zijn u graag van dienst!

Buby den Heeten

 

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen