U bent hier: Home > Arbeidsovereenkomst > sociale zekerheid in verkiezingsprogramma’s: sprookjes ontmaskerd….
sociale zekerheid in verkiezingsprogramma’s: sprookjes ontmaskerd….

sociale zekerheid in verkiezingsprogramma’s: sprookjes ontmaskerd….

In een ver, ver verleden toen ons land gehavend maar strijdbaar tevoorschijn kwam uit een duistere periode, was daar een eenvoudige man met een Uylen-brilletje, wars van uiterlijke schijn. Men noemde hem liefkozend Vadertje Drees. Onder zijn bezielende leiding werd er gebouwd aan een nieuw Nederland. Een Nederland waarin iedereen bijdroeg aan een concurrerend en welvarend land. En in ruil daarvoor kon men delen in collectieve voorzieningen in tijden van tegenslag door ziekte, werkloosheid of ouderdom. Men sprak over de Verzorgingsstaat. Iedereen leefde en werkte, of niet, en was gelukkig.

Maar zoals altijd pakten zich donkere wolken samen boven de Verzorgingsstaat. Een crisis diende zich aan. Teveel mensen moesten een beroep doen op de sociale voorzieningen. De Verzorgingsstaat steunde en kreunde en dreigde onder haar lasten te bezwijken. Gelukkig voor Nederland stond er opnieuw iemand op die de uitdaging aan wilde en de aanzet gaf tot hervorming. Men noemde hem liefkozend “Tuut-tuut-tuut en de groetjes van Ruud”. Lubbers leende geld, veel geld en stimuleerde het werken. Met succes, dus werd zelfs het begrotingstekort weer tot acceptabele proporties teruggebracht. En iedereen leefde en werkte en was gelukkig.

Lang kon het niet goed gaan. Goed om te weten is dat Nederland intussen een hechte vriendschap was aangegaan met Europa. Een vriendschap waarin Nederland zich leek te verliezen. Wie was Nederland nog zonder Europa? En terwijl de banken zich oplijnden om met veel vertoon een volgende mondiale financiële crisis in te luiden, raakte Nederland in een identiteitscrisis. Wie zijn we, waar staan we voor? Wie is de Nederlander vroeg ook de geweldig mooie Koningin van Nederland zich af. En daar kwam een kordaat antwoord: wij zijn allen participanten in de Participatiestaat!

De naam was gevonden, maar zou de formule ook leiden tot een Nederland waarin iedereen leeft, werkt en gelukkig is?

De PvdA lijkt het te willen afdwingen en zet in op naleving. Er moeten heel wat euro’s naar de arbeidsinspectie, zodat ontduiking van sociale wetgeving kan worden aangepakt en toegezien worden op gezonde werkomstandigheden. Tevens worden de harde afspraken over de inzet van arbeidsbeperkten gehandhaafd. Er moet veel meer geïnvesteerd worden in de werkzoekenden met een afstand tot de arbeidsmarkt, de 50plussers en de Wajongers. De sollicitatieplicht voor de WW wordt daarentegen afgeschaft.

Iedereen moet gaan meebetalen aan collectieve voorzieningen, ook de DGA’s. De belasting op arbeid wordt verlaagd. Het minimumloon, dat stapsgewijs gaat gelden voor 18plussers, wordt verhoogd voor degenen die bereid zijn meer uren te werken. Stagiaires mogen niet langer worden uitgebuit. Verder een stimulans van het experimenteren met het basisinkomen en het huishoudtientje.

Het CDA vat het allemaal samen met een “eerlijke economie”. In een eerlijke economie doet iedereen naar vermogen mee en betaalt ook iedereen mee. Met dien verstande dat de werkgevers nu wel heel lang meebetalen door de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte gedurende de eerste twee jaar van arbeidsongeschiktheid. Er moet een private regeling met publieke waarborgen komen. Daarnaast één basisverzekering voor ziekte en arbeidsongeschiktheid voor alle werkenden. In een eerlijke economie werken alle mensen. Waarschijnlijk is dit de reden dat het CDA verder niet rept over de WW. Een eerlijke economie is een inclusieve economie, waarin ook mensen met een handicap of beperking mogen werken en leven en gelukkig zijn. De overheid vervult een voorbeeldrol en stimuleert andere werkgevers financieel om haar voorbeeld te volgen.

De VVD ziet de oplossing in werk en gaat uit van de premisse dat er voor iedereen werk is. De WW kan daarom verder verkort worden tot 18 maanden. Dit geeft een extra stimulans om weer aan de slag te gaan. En de oudere werkloze die onverhoopt toch niet zo snel een andere baan aangeboden krijgt, moet met behoud van uitkering kunnen experimenteren als zelfstandige. De werkgever die een oudere werknemer in dienst neemt, moet zijn (extra) risico kunnen afdekken met een no risk polis. Hetzelfde geldt voor de werknemer met een handicap of een beperking. Überhaupt moet de werkgever meer ont(sociale zekerheids)last worden meent de VVD. Minder administratieve rompslomp bij ziekte, dit draagt immers niet bij aan een sneller herstel. De loondoorbetalingstermijn voor kleine werkgevers dient verkort te worden naar een jaar en de belasting op arbeid wordt verlaagd.

Groenlinks organiseert nieuwe solidariteit; samenwerken en samen zorgen voor zekerheid. Mensen moeten verzekerd zijn van inkomen en zorg. Het is een kerntaak van de overheid om mensen aan het werk te helpen. Bedrijven krijgen een quotum op het in dienst nemen van mensen met een arbeidsbeperking. De gemeenten krijgen (houden) daarin een specifieke rol. De lasten op arbeid en voor werkgevers en werknemers worden verlaagd. Voorts komt er een collectieve verzekering voor loondoorbetaling bij ziekte voor werkgevers met weinig werknemers.

De SP zet in op de onderkant van de beroepsbevolking. Het minimumloon vanaf 18 jaar gaat met 10% omhoog en daarmee ook het sociaal minimum voor zover deze uitkeringen zijn gekoppeld aan het loon. De WW-premie voor vast werk wordt verlaagd en voor flexibel werk verhoogd. Werken gaat altijd tegen een beloning, geen onbetaalde tegenprestatie voor bijstand, geen vrijwilligers voor betaald werk. De lasten van het kleinbedrijf worden verlaagd, door een eerlijker verdeling. De overheid moet werk garanderen; iedereen moet zover nodig worden ondersteund en begeleid naar een volwaardige baan. Geen zinloze herkeuringen meer van Wajong’ers en WAO’ers. De SW-bedrijven worden weer in de oude glorie gebracht.

D66 zal ook de belasting op arbeid verlagen en eventueel zelfs vervangen door loonsubsidies. Ook van D66 mag er verder geëxperimenteerd worden met het basisinkomen. Armoede kan en moet voorkomen worden door werk en onderwijs. Geïnvesteerd wordt ook in degenen die (deels) niet mee kunnen komen door bestaande regelingen verder onder de aandacht te brengen. Verder een (fiscale) stimulans voor werkgevers die voorop lopen. En van daar uit vertrouwt D66 op de realisatie van extra werkplekken. En voor zover niet, kunnen deze alsnog door quota worden afgedwongen. Voor wat betreft ziekte zet D66 eerder in op preventie, dan maatregelen voor te stellen aan de uitkeringskant.

En de PVV? De PVV doet niet mee. Vinden ze niet leuk. Misschien gelooft de PVV niet in de Participatiestaat en willen ze terug naar de tijden van weleer. Of niet, maar dat blijkt niet uit het A4’tje…

De Participatiestaat is, als je de verkiezingsprogramma’s zo leest, een Nederland waarin werkgevers door lastenverlagingen of verkorting van de loonbetalingsverplichting meer mogelijkheden krijgen om mensen aan het werk te zetten en te houden. Voorstellen om het sociale zekerheidsstelsel verder af te kalven worden maar beperkt gedaan. Eerder wordt ingezet op werk: werk aan de onderkant van de samenleving, werk voor iedereen, van welke origine ook, in welk beroep dan ook, werk voor mensen met een beperking of afstand tot de arbeidsmarkt. Een inclusief Nederland waarbij iedereen kan participeren, lees: werken. Werken moet worden beloond en soms zelfs beter beloond. Waar werk onverhoopt toch geen optie blijkt, zouden andere wegen open kunnen staan zoals het basisinkomen.

Wordt vervolgd…

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen