Home > Arbeidsovereenkomst > Geen transitievergoeding voor AOW-gerechtigden; mogelijk (toch) leeftijdsdiscriminatie?
Geen transitievergoeding voor AOW-gerechtigden; mogelijk (toch) leeftijdsdiscriminatie?

Geen transitievergoeding voor AOW-gerechtigden; mogelijk (toch) leeftijdsdiscriminatie?

Bij beëindiging van een dienstverband dat langer heeft geduurd dan 24 maanden heeft een werknemer in beginsel recht op een transitievergoeding bij beëindiging van het dienstverband. Indien de werknemer de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt, heeft deze geen recht op de transitievergoeding bij beëindiging. Vraag is of deze uitzondering kan worden gezien als leeftijdsdiscriminatie.

Uitzonderingen op de transitievergoeding

Op grond van artikel 7:673 BW geldt dat als een arbeidsovereenkomst die ten minste 24 maanden heeft geduurd en door of vanwege werkgever wordt beëindigd, de werknemer recht heeft op een transitievergoeding. De doelstelling van de transitievergoeding is tweeledig: (1) compensatie voor het ontslag en (2) de overgang naar ander betaald werk vergemakkelijken.

De uitzondering op het recht op transitievergoeding staat in artikel 7:673 lid 7 BW. De transitievergoeding is niet verschuldigd indien het eindigen of niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst:

– (sub a) geschiedt voor de dag waarop de werknemer de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt en de gemiddelde omvang van de arbeidsovereenkomst ten hoogste twaalf uur per week heeft bedragen (kortgezegd: een bijbaan van een jongere werknemer);

– (sub b) geschiedt in verband met of na het bereiken van een bij of krachtens wet vastgestelde of tussen partijen overeengekomen leeftijd waarop de arbeidsovereenkomst eindigt, of, indien geen andere leeftijd geldt, de in artikel 7, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet bedoelde leeftijd (kortgezegd: bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd) of;

– (sub c) het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer.

Leeftijdsdiscriminatie?

Bij het vaststellen van deze uitzonderingen is er in de parlementaire behandeling uitgebreid ingegaan op de vraag of sprake is van leeftijdsdiscriminatie ten aanzien van de AOW-gerechtigde leeftijd. De regering is tot de conclusie gekomen dat geen sprake is van leeftijdsdiscriminatie. Het verschil in behandeling op grond van leeftijd is objectief en redelijk gerechtvaardigd door een legitiem doel, aldus de regering. Het doel is om te voorkomen dat een transitievergoeding ten goede komt aan personen die niet langer zijn aangewezen op het verrichten van arbeid om in hun levensonderhoud te voorzien nu zij een vervangend inkomen in de vorm van ouderdomspensioen ontvangen. Hierdoor is geen sprake van het vergemakkelijken van de overgang naar ander betaald werk. Op de eerste doelstelling van de transitievergoeding (compensatie voor het ontslag) wordt- in het kader van de leeftijdsdiscriminatie – niet ingegaan.

Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft hier kortgeleden prejudiciële vragen over aangekondigd. Ook het Hof wijst op de compensatie voor het ontslag, wat een doelstelling van de transitievergoeding is. Onduidelijk is waarom deze doelstelling niet zou gelden voor een AOW-gerechtigde nu deze immers niet wordt gecompenseerd. In de onderhavige casus ging het om een AOW-gerechtigde die ervoor had gekozen aan het werk te blijven om in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien. Hierdoor was deze werknemer nog wel aangewezen op het verrichten van arbeid. Het Hof vraagt zich onder meer af of in een individueel geval anders kan/moet worden beslist. Daarnaast stelt het Hof de vraag of artikel 7:673 lid 7 sub b BW in strijd is met richtlijn 2000/78 EG (welke onder andere ziet op leeftijdsdiscriminatie).

Slotsom

De prejudiciële vragen dienen nog officieel te worden gesteld aan de Hoge Raad, waarna het wachten is op antwoord. Ten aanzien van de individuele toets, ben ik van mening dat artikel 7:673 lid 8 BW hiervoor een uitkomst biedt. In dit artikel is opgenomen dat het niet toekennen van een transitievergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar kan worden geacht, waardoor de rechter deze vergoeding alsnog kan toekennen. Dit zou een uitkomst kunnen zijn voor individuele gevallen, waaronder de geschetste casus. Daarnaast dient naar mijn mening ook de uitzondering voor de jongere werknemer met een dienstverband van minder dan 12 uur (op grond van artikel 7:673 lid 7 sub a BW) te worden getoetst aan de richtlijn 2000/78 EG. Bij deze uitzondering wordt immers ook een onderscheid gemaakt op leeftijd, waardoor ook hier sprake kan zijn van leeftijdsdiscriminatie. Voor nu is het afwachten wanneer de prejudiciële vragen aan de Hoge Raad zullen worden gesteld en welke vragen dit exact zullen zijn. Wordt vervolgd…

 

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Scroll To Top