Home > Algemeen > Pensioen in Eigen Beheer 10-daagse: Dag 8. Plenaire Behandeling (15 november 2016)
Pensioen in Eigen Beheer 10-daagse: Dag 8. Plenaire Behandeling (15 november 2016)

Pensioen in Eigen Beheer 10-daagse: Dag 8. Plenaire Behandeling (15 november 2016)

Op 15 november jl. heeft de plenaire afronding plaatsgevonden betreffende onder meer het wetsvoorstel “Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen.” Vandaag (16 november 2016) zal op een aantal vragen vanuit de Kamer door Staatssecretaris Wiebes gereageerd worden. De gestelde vragen zijn interessant, omdat ingezoomd wordt op de rol van de partner, de mate van compensatie, het al dan niet bestaan van een verplichting om bij afkoop c.q. omzetting een notaris te raadplegen en – tot slot – het terughalen van extern verzekerd pensioen naar het eigenbeheerlichaam.

Rol partner

Kamerlid Bashir (SP) overweegt omtrent de rol van de partner onder meer als volgt:

“Wat nog erger is, is dat de staatssecretaris nog steeds geen oplossing heeft gevonden voor de mogelijkheid dat een partner van een dga terugkomt op zijn handtekening om het PEB af te kopen. Daardoor is het maar de vraag of dga’s wel zullen instemmen met de afkoop van het PEB. Het gevolg is heel simpel: alle ondernemers die daar twijfels over hebben, die jong zijn of het geld niet hebben, zullen blijven zitten met het PEB; mensen die tegen hun pensioen aan zitten of van wie het pensioen al is ingegaan, zullen natuurlijk gebruikmaken van de mogelijkheid om af te kopen met 35% korting. Daardoor wordt deze regeling een cadeautje voor rijke gepensioneerden. Was dit nou de bedoeling van de staatssecretaris? Was het echt zijn bedoeling om een regeling te creëren voor rijke dga’s die al gepensioneerd zijn, of was het zijn bedoeling om het systeem te vereenvoudigen? Als dat laatste zijn bedoeling was, waarom heeft hij dan nog steeds geen oplossing bedacht voor de partnerproblematiek bij pensioen in eigen beheer?”

Helemaal juist lijkt deze opmerking mij niet, nu gesuggereerd wordt dat het uiteindelijk de DGA is die moet instemmen met de afkoop van pensioen in eigen beheer, waarna een partner vervolgens zou kunnen terugkomen op de handtekening van de DGA. Uiteraard is het de DGA die gaat opteren voor afkoop c.q. omzetting (of gewoon vasthoudt aan een bevriezing), maar daar is wel een instemming/handtekening van de partner voor nodig. Daarbij is het niet zo dat de partner zonder meer kan terugkomen op de verleende instemming. De partner zal dan (bijvoorbeeld) moeten kunnen aantonen dat deze gedwaald heeft op het moment dat de instemming verleend werd. Wel ben ik het met Bashir eens dat juist deze instemmingseis of het ontbreken van onvoldoende liquide middelen maakt dat het maar zeer de vraag is of DGA’s opteren voor afkoop, met gevolg dat de nodige DGA’s nog steeds met de knelpunten omtrent pensioen in eigen beheer (zoals een dividendklem) blijven zitten. Wel plaats ik daar tegenover het gegeven dat DGA’s ook van de knelpunten verlost kunnen raken door te opteren voor omzetting in een oudedagsverplichting. Weliswaar geldt ook dan de instemmingseis, maar het gegeven dat er onvoldoende liquide middelen zijn maakt bij deze constructie niet direct uit.

Compensatie partner

Kamerlid Omtzigt (CDA) uit met name zijn zorgen over de mate en wijze van compensatie, waarbij hij noemt dat ook pensioenadviseurs niet weten hoe hiermee om te gaan. Een citaat van een aantal van zijn opmerkingen:

“Op grond van het voorliggende wetsvoorstel moet de partner toestemming geven middels een formulier van de Belastingdienst. Het kan dan van groot belang zijn dat die partner weet wat hij of zij tekent en wat hij of zij kwijtraakt door het verdwijnen van het pensioen in eigen beheer en ook dat hij of zij weet wat daarvoor terugkomt. De staatssecretaris verwijst deze partner in de nota naar aanleiding van het verslag naar een adviseur. Maar pensioenadviseurs kunnen helemaal niets met deze wet. Sterker nog, het voorbeeld van compensatie voor een in gemeenschap van goederen gehuwde partner is onjuist, zowel als de partners in gemeenschap van goederen getrouwd zijn als wanneer zij dat niet zijn. Het antwoord van de staatssecretaris was namelijk eerst dat geen compensatie nodig is bij afkoop en vervolgens dat een partner bij omzetting recht heeft op 73% van de oudedagsverplichting. Is het de staatssecretaris bekend dat pensioenrechten door de Wet vps buiten de gemeenschap vallen? Ook bij afkoop verliest de partner een aandeel in het pensioen dat door de staatssecretaris berekend is op 73%. In de gemeenschap heeft de partner maar recht op de helft. Dus heeft hij of zij nog wel recht op compensatie. Graag krijg ik hier een reactie op. Daar zou het veld zeer mee gediend zijn. Kan de staatssecretaris bevestigen dat de partner in het aangegeven voorbeeld recht heeft op 73% van zowel de afwaardering van de fiscale waarde, die daar €600.000 bedroeg, als de oudedagsverplichting van €300.000.

Ik begrijp de vraagtekens bij de mate van compensatie, nu niet helemaal duidelijk is in hoeverre partners volgens de wetgever gecompenseerd moeten worden. Die compensatie zou mijns inziens ook aan de orde moeten zijn bij afkoop. De vraagtekens die Omtzigt plaatst bij een compensatie van meer dan 50% kan ik niet helemaal plaatsen. Volgens mij wordt terecht door de wetgever verondersteld dat de partner (ook indien sprake is van een in gemeenschap van goederen gehuwde partner) recht zou hebben op meer dan de helft, alleen al omdat naast de aanspraak op een ouderdomspensioen tevens een aanspraak op (bijzonder) partnerpensioen wordt prijsgegeven bij afkoop c.q. omzetting.

Notariële akte

Over de rol van de notaris overweegt Omtzigt als volgt:

“Nu kom ik bij probleem twee. Als de in gemeenschap van goederen getrouwde partners inderdaad vastgesteld hebben dat de partner van de dga recht heeft op 73% van de oudedagsverplichting en de dga op 27%, dan gaat dit bij scheiding teniet doordat de oudedagsverplichting in de gemeenschap valt. De partner heeft dan juridisch gezien recht op de helft van zijn of haar 73% en recht op de helft van de 27% van de dga; opgeteld dus gewoon fiftyfifty, terwijl hij of zij een compensatie zou moeten krijgen van 73%. Dit kunnen partners alleen oplossen door huwelijkse voorwaarden te maken waarbij de gemeenschap van goederen gehandhaafd blijft, maar de oudedagsverplichting daarbuiten valt. Want op het pensioen in eigen beheer is de Wet vps van toepassing. Als de partners andere afspraken willen maken, bijvoorbeeld afkoop van de oudedagsverplichting, moet het stickertje vps er wel juridisch correct vanaf getrokken worden.

In de memorie van antwoord van de Wet vps is daarover het volgende geschreven: “De thans door ons voorgestane oplossing houdt in dat in de wet wordt bepaald dat de bedoelde uitsluiting c.q. afwijking alleen mogelijk is bij huwelijkse voorwaarden of bij een schriftelijke overeenkomst met het oog op de scheiding. Aldus zal buiten een scheidingssituatie steeds een notariële akte vereist zijn.” Dat is goed nieuws voor alle notarissen in het land, want dat betekent dat alle dga’s die getrouwd zijn, voor de afkoop of omzetting naar de notaris moeten. Kan de staatssecretaris dit bevestigen? Gelukkig hebben dga’s nu drie maanden langer de tijd. Je zou bijna denken: gelukkig de notariskantoren ook. Hoe beoordeelt de staatssecretaris deze termijn, als alle getrouwde of gescheiden dga’s nog een keer naar de notaris moeten voor deze wet?”

Ik betwijfel echter of in geval van afkoop c.q. omzetting daadwerkelijk het “stickertje vps” eraf moet worden getrokken. Volgens mij kan een verwijzing naar de Wet Vps in huwelijkse voorwaarden gewoon blijven bestaan, met dien verstande dat deze in geval van afkoop c.q. omzetting feitelijk geen effect meer zal sorteren. Er is mijns inziens geen sprake van een situatie waarin realiter wordt afgeweken van de Wet Vps, met gevolg dat evenmin de eis van een afwijking bij notariële akte geldt. Ik ben benieuwd of Wiebes hier hetzelfde over denkt. Mocht hij van mening zijn dat in geval van afkoop c.q. omzetting altijd een notariële akte vereist is, dan heeft de DGA overigens meer tijd dan de 3 maanden waaraan Omtzigt refereert. De mogelijkheid om te opteren voor afkoop c.q. omzetting geldt namelijk in de jaren 2017 t/m 2019, met dien verstande dat de fiscale voordelen van afkoop in het jaar 2017 hoger kan uitpakken in vergelijking tot de twee daarop volgende jaren.

Terughalen externe verzekerd pensioen

Hierover merkt Omtzigt het navolgende op:

“En dan nog een aanvullend probleem, dat de Staat duur te staan kan komen. Naast de partners is er nog een groep dga’s die erg benadeeld wordt door dit wetsvoorstel, namelijk de dga’s die een deel extern verzekerd hebben. Ik heb er al een paar keer vragen over gesteld, maar het probleem is nog groter dan de staatssecretaris tot nu toe in het vizier heeft. Mijn schatting is dat het gaat om ongeveer 12% van de dga’s met een pensioen in eigen beheer; een behoorlijke groep. Zij hebben een contract gesloten met verzekeraars dat zij gedurende een bepaalde termijn de overeenkomst ongewijzigd voortzetten. Door dit wetsvoorstel kunnen zij daar niet aan voldoen en dat leidt tot een forse schadepost. Voor mensen die over enkele jaren met pensioen zouden gaan, heb je het dan algauw over afkoopkosten van €80.000. Naast die afkoopkosten missen deze dga’s het garantiekapitaal en de overeengekomen rente. Dit geld gaat niet naar de overheid, maar naar de verzekeraars die dat herverzekerd hebben. Dit benadeelt niet alleen deze groep, maar leidt ook tot een risico voor de overheid op schade-aanspraken, want de overheid maakt op deze manier een forse inbreuk op het eigendomsrecht en dus op artikel 1 van het aanvullend protocol van het EVRM. Is de staatssecretaris bekend met het risico dat hier een claim ontstaat? Voor reeds opgebouwde pensioenaanspraken blijft het “eigen beheer”-lichaam een toegelaten verzekeraar. Waarom geldt dat niet voor polissen die integraal deel uitmaken van de toezegging over pensioen in eigen beheer? Als deze externe polissen kunnen doorlopen, is het probleem opgelost. Ik zal hiertoe een amendement indienen.”

Mijns inziens merkt Omtzigt terecht op dat niet iedere DGA feitelijk kan voldoen aan de gecreëerde mogelijkheid om extern verzekerd pensioen terug te halen naar het eigenbeheerlichaam als gevolg van contractuele bepalingen (afkoopkosten) tussen de DGA en de verzekeraar. Het is echter niet zo dat een DGA het extern verzekerde pensioen moet terughalen. Er bestaat ook de mogelijkheid om dat pensioen extern verzekerd te houden. Zelfs toekomstige pensioenopbouw kan de DGA bij een verzekeraar laten plaatsvinden.

Ik kijk in ieder geval zeer uit naar de plenaire behandeling later vandaag. Morgen zal ik daarover tijdens deze Pensioen in Eigen Beheer 10-daagse weer verslag uitbrengen.

 

 

 

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Scroll To Top