Home > Arbeidsovereenkomst > Gewijzigde ontslagregeling per 1 juli 2016; beoordeling begrip ‘zelfstandige’
Gewijzigde ontslagregeling per 1 juli 2016; beoordeling begrip ‘zelfstandige’

Gewijzigde ontslagregeling per 1 juli 2016; beoordeling begrip ‘zelfstandige’

De ontslagregeling is het toetsingskader van het UWV waarmee de ontslagaanvragen worden beoordeeld. Per 1 juli 2016 zijn diverse wijzigingen in de ontslagregeling aangebracht.  Een aantal van de wijzigingen zijn terug te voeren op het vervallen van de VAR en de inwerkingtreding van de Wet DBA per 1 mei 2016.

Artikel 6 – Uitbesteden werkzaamheden aan zelfstandigen

Dit artikel ziet op het voornemen van de werkgever om de werkzaamheden van een werknemer uit  te besteden aan een persoon die de werkzaamheden niet op basis van een arbeidsovereenkomst zal verrichten, een zogenoemde ‘zelfstandige’. Hier van is volgens het aangepaste artikel alleen sprake indien:

  • De persoon werkzaamheden verricht in de uitoefening van een bedrijf of in de zelfstandige uitoefening van een beroep; en
  • Deze werkzaamheden zullen worden verricht door of namens een natuurlijke of rechtspersoon die is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.

Artikel 9 (lid 1) – Herplaatsing

Ook de herplaatsingsplicht is op dit punt aangepast (en overigens ook nog op een aantal andere punten, waar ik hier nu niet verder op inga). Bij de beoordeling of binnen de onderneming van een werkgever een passende functie voor de voor ontslag in aanmerking komende werknemer beschikbaar is, worden ook de arbeidsplaatsen betrokken van degene die anders dan op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaam is, tenzij aannemelijk kan worden gemaakt dat:

  • De werkzaamheden worden verricht in de uitoefening van een bedrijf of in de zelfstandige uitoefening van een beroep;
  • De werkzaamheden worden verricht door  of namens een natuurlijke of rechtspersoon die is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel; en
  • Het voor een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is dat deze werkzaamheden anders dan op basis van een arbeidsovereenkomst worden verricht.

Artikel 17 (sub d) – opzeggen terwijl andere arbeidsrelaties nog niet zijn geëindigd

De toestemming om een arbeidsovereenkomst op te zeggen kan worden verleend zonder dat de werkgever de arbeidsrelatie of overeenkomst heeft beëindigd van personen die werkzaamheden verrichten anders dan op basis van een arbeidsovereenkomst, indien:

  • De werkzaamheden worden verricht in de uitoefening van een bedrijf of in de zelfstandige uitoefening van een beroep;
  • De werkzaamheden worden verricht door  of namens een natuurlijke of rechtspersoon die is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel; en
  • Het voor een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is dat deze werkzaamheden anders dan op basis van een arbeidsovereenkomst worden verricht.

Artikel 18 – Wederindiensttredingsvoorwaarde buiten toepassing

De wederindiensttredingsvoorwaarde is niet van toepassing indien de werkzaamheden worden verricht door een persoon als bedoeld in artikel 6. Derhalve een persoon die niet op basis van een arbeidsovereenkomst, maar in de uitoefening van een bedrijf en/of beroep werkzaamheden verricht én staat ingeschreven in de Kamer van Koophandel. 

De wederindiensttredingsvoorwaarde houdt in dat als er binnen 26 weken na opzegging  een vacature ontstaat voor dezelfde of vergelijkbare werkzaamheden als die welke door de voormalige werknemer werden verricht, de voormalig werknemer dan in de gelegenheid moet worden gesteld om deze werkzaamheden tegen de gebruikelijk voorwaarden te hervatten. Indien deze voorwaarde wordt overtreden, heeft de voormalig werknemer de mogelijkheid om de opzegging te vernietigen dan wel herstel van de arbeidsovereenkomst te verzoeken (bij ontbinding) of om een billijke vergoeding te verzoeken.

Bewijslast bij werkgever
Het is aan de werkgever om aannemelijk te maken dat iemand niet op basis van een arbeidsovereenkomst werkt. Dit kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld door het overleggen van een (goedgekeurde) modelovereenkomst van de Belastingdienst, met als voorwaarde dat in de praktijk dan conform de overeenkomst wordt gewerkt. Echter, ook andere manieren van bewijs zijn mogelijk, bijvoorbeeld door het overleggen van opgemaakte jaarstukken of  het in aanmerking komen dan wel de gebruikmaking van de fiscale zelfstandigenaftrek. Daarnaast geldt als eis dat de zelfstandige moet zijn ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.

Hoewel het mijns inziens niet veel hoeft te zeggen, lijkt aan de inschrijving van de zelfstandige bij de Kamer van Koophandel toch wel enige waarde te worden gehecht. Ik adviseer dan ook om dit altijd te (laten) doen c.q. als voorwaarde te stellen bij het aangaan van een overeenkomst van opdracht.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen