Home > Arbeidsovereenkomst > Nieuwe antwoorden van Wiebes op Kamervragen
Nieuwe antwoorden van Wiebes op Kamervragen

Nieuwe antwoorden van Wiebes op Kamervragen

Op vrijdag 1 juli jl. heeft staatsecretaris Wiebes antwoord gegeven op Kamervragen gesteld door Van Weyenberg over het bericht “Opdrachtgevers haken af door afschaffing VAR”.

In het antwoord op de eerste vraag adviseert Wiebes opdrachtgevers om niet bevreesd te zijn voor de Wet DBA. Hij benadrukt nogmaals dat het systeem niet is veranderd; wat onder het VAR-regime geen dienstbetrekking was, is dit evenmin onder de Wet DBA. Wiebes raadt daarbij opdrachtgevers aan om op de website van de Belastingdienst te kijken welke modelovereenkomsten er al zijn en of er een kan worden gebruikt. Door te werken met een modelovereenkomst kunnen partijen, net als onder de VAR, vooraf zekerheid krijgen dat er geen loonheffingen verschuldigd zijn, aldus Wiebes.

 Echter, voorwaarde is wel dat partijen dan conform de (summier) opgestelde modelovereenkomst in de praktijk werken. Maar wat als dat nu niet het geval is? Dan is er geen zekerheid vooraf, maar dat weet men pas achteraf (als de Belastingdienst komt controleren en tot het oordeel komt dat niet conform de modelovereenkomst wordt gewerkt).  Dit impliceert dan een soort schijnzekerheid. Het advies van Wiebes om een modelovereenkomst te gebruiken en in de praktijk conform deze overeenkomst te werken, gaat mij bovendien te ver: moeten partijen dan exact gaan werken zoals de Belastingdienst in algemene zin meent hoe het bij een opdracht meent hoort te gaan? Dit kan toch niet van partijen verwacht worden en werkt in de meeste gevallen toch niet?

Daarnaast valt op dat van de 950 voorgelegde en beoordeelde modelovereenkomsten slechts 200 zijn ‘goedgekeurd’ en 750 zijn ‘afgewezen’, hetgeen wil zeggen dat  door de Belastingdienst geen zekerheid vooraf kon worden verleend dat de voorgelegde overeenkomst altijd tot werken buiten dienstbetrekking zal leiden. Kortom, die voorafgaande zekerheid waar opdrachtgevers op dit moment zo’n behoefte aan hebben lijkt slechts voor enkele gevallen te zijn weggelegd. 

Desalniettemin benadrukt Wiebes steeds dat het systeem niet is veranderd en dat het arbeidsrecht het uitgangspunt is. Dit zou enigszins een geruststelling moeten zijn voor de heersende angst en terughoudendheid bij opdrachtgevers op dit moment.  Als er arbeidsrechtelijk gezien geen sprake is van een arbeidsovereenkomst, dan zou er niet gevreesd hoeven te worden voor het aanmerken van een dienstbetrekking door de Belastingdienst. Een goede arbeidsrechtelijke beoordeling van de betreffende arbeidsrelatie is dus de eerste en voornaamste stap.

Vervolgens zullen de afspraken tussen partijen moeten worden vastgelegd in een deugdelijke overeenkomst. Of dit laatste een door Wiebes aangeraden modelovereenkomst is, valt te betwijfelen.  Los van de vraag of de modelovereenkomst wel volstaat gezien de feitelijke werkwijze, zijn voor veel opdrachtgevers ook andere afspraken van belang, zoals bescherming van intellectueel eigendomsrechten en geheimhouding. Deze aspecten worden in de meeste modelovereenkomsten niet of onvoldoende gewaarborgd. Zie hiervoor ook het artikel op onze kennispagina van Joost Becker “IE-rechten opdrachtgevers niet gewaarborgd in ZZP-modelovereenkomst van Belastingdienst”.

Wij zijn graag bereid om uw arbeidsrelatie met opdrachtnemers arbeidsrechtelijk te beoordelen en desgewenst vast te leggen in een goede (model)overeenkomst die overeenkomt met de feitelijke werkwijze. Ook voor andere vragen over dit onderwerp, kunt u altijd contact met ons opnemen.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen