Home > Algemeen > De 30%-regeling voor inkomende werknemers, hoe werkt het?
De 30%-regeling voor inkomende werknemers, hoe werkt het?

De 30%-regeling voor inkomende werknemers, hoe werkt het?

Over de 30%-regeling is al sinds haar bestaan veel te doen. Eind januari 2016 heeft de Hoge Raad de 30%-regeling meer toegelicht. Kort gezegd oordeelde de Hoge Raad dat de 30%-regeling niet kan worden voortgezet indien de zogenaamde driemaandeneis is overschreden. In deze bijdrage zal het arrest, meer specifiek de driemaandeneis, worden toegelicht. Daarnaast zal worden ingezoomd op de voorwaarden die gelden om van de 30%-regeling gebruik te kunnen maken.

Inhoud 30%-regeling

Kort gezegd biedt de 30%-regeling werkgevers van inkomende werknemers (bijvoorbeeld expats) de mogelijkheid om aan deze werknemer een bepaalde belastingvrije vergoeding te geven voor de zogenaamde extraterritoriale kosten (onkosten) die een werknemer maakt als gevolg van een tijdelijke tewerkstelling in Nederland.

Rekenmethodiek

Deze belastingvrije vergoeding kan op twee manieren worden berekend, namelijk:

  • De werkgever mag 30% van het loon van de werknemer, inclusief de vergoeding, belastingvrij verstrekken. Met andere woorden: van het salaris inclusief vergoeding (100%) wordt 30% berekend; deze 30% wordt als belastingvrije vergoeding uitbetaald;

Voorbeeld: het loon inclusief de vergoeding is € 75.000. De onbelaste vergoeding van extraterritoriale kosten is maximaal 30% x € 75.000 = € 22.500.

  • De werkgever mag er ook voor kiezen om maximaal 30/70 van het loon exclusief de vergoeding als belastingvrije vergoeding uit te betalen.

Voorbeeld: het loon exclusief de vergoeding is € 75.000. De onbelaste vergoeding van extraterritoriale kosten is maximaal 30/70 x € 75.000 = € 32.143.

Kortom, beide berekeningsmethoden kunnen nogal een verschil geven in welk bedrag aan een werknemer belastingvrij mag worden uitbetaald, terwijl in beide situaties uit wordt gegaan van € 75.000 als loonbedrag. Het is overigens niet verplicht altijd het maximale bedrag (30%) aan belastingvrije vergoeding uit te betalen, minder is ook toegestaan. Echter, al het meerdere wordt in beginsel belast.

Het is overigens niet nodig te bewijzen dat de verstrekte belastingvrije vergoeding voor extraterritoriale kosten ook daadwerkelijk gebruikt wordt voor deze kosten. Met andere woorden: de belastingvrije vergoeding zou ook ergens anders voor kunnen worden gebruikt. Dit is aan de werknemer zelf.

Naast deze vergoeding voor extraterritoriale kosten op basis van de 30%-regeling is het een werkgever toegestaan om de inkomende werknemer een belastingvrije vergoeding te geven voor schoolgeld voor de kinderen. Voorwaarde hiervoor is dat het om een internationale school of om een internationale afdeling van een gewone school moet gaan.

Voorwaarden van de 30%-regeling

De 30%-regeling geldt voor werknemers die buiten Nederland zijn geworven of vanuit een ander land naar Nederland zijn uitgezonden om in Nederland te werken. Hieronder behandel ik de voorwaarden die (aan een werknemer) gesteld worden om gebruik te kunnen maken van de 30%-regeling.

1. Er dient sprake te zijn van een dienstbetrekking

De werknemer dient bij een werkgever in dienst te zijn op basis van een arbeidsovereenkomst. De 30%-regeling valt namelijk onder de werkkostenregeling en deze gaat uit van de werkgever-werknemer relatie en betaling van (fiscaal) loon, waarvoor een arbeidsovereenkomst vereist is.

2. Specifieke deskundigheid

De 30%-regeling geldt voor werknemers die buiten Nederland zijn geworven of vanuit een ander land naar Nederland zijn uitgezonden om in Nederland te werken. Deze werknemers dienen een specifieke deskundigheid te bezitten die niet of nauwelijks te vinden is op de Nederlandse arbeidsmarkt.

Het bezit van een specifieke deskundigheid is gekoppeld aan objectieve factoren. Een werknemer bezit een specifieke deskundigheid indien:

  • Het salaris exclusief de belastingvrije vergoeding minimaal € 36.889,– bedraagt;
  • Een werknemer 30 jaar of jonger is en een Nederlandse graad in het wetenschappelijk onderwijs heeft behaald c.q. een hiermee gelijkwaardige graad in een ander land dan Nederland en het salaris exclusief de belastingvrije vergoeding minimaal € 28041,– bedraag; of
  • Een werknemer in Nederland wetenschappelijk onderzoek doet bij een onderzoeksinstelling. In dat geval kan een werknemer altijd gebruik maken van de 30%-regeling. De hoogte van het salaris is dan niet relevant.

3. 150 kilometer grens

Een werknemer dient om gebruik te kunnen maken van de 30%-regeling, 24 maanden voor de eerste werkdag in Nederland, hemelsbreed meer dan 150 kilometer van de Nederlandse grens af te hebben gewoond. Werknemers uit België en Luxemburg komen dus in beginsel niet in aanmerking voor de 30%-regeling. Ook werknemers uit Noord-Frankrijk, uit grote delen van Duitsland en uit een klein deel van het Verenigd Koninkrijk komen in beginsel evenmin in aanmerking voor deze regeling.

Echter, op deze eis geldt nog een uitzondering. Een werknemer kan ook gebruik maken van de 30%-regeling indien hij langer dan 16 van de 24 maanden vóór hij in Nederland ging werken meer dan 150 kilometer van de Nederlandse grens woonde. Kortom, als iemand in Nederland komt werken kan hij dus maximaal 8 maanden vóór de eerste werkdag dichter bij de grens gaan wonen. Praktisch betekent dit dus dat de 24 maanden eis een 16 maanden eis is geworden.

Voor gepromoveerden (lees: werknemers met doctorstitel) bestaat een uitzondering op de 150 kilometer grens. Gepromoveerden kunnen van de 30%-regeling gebruik maken indien zij binnen 1 jaar na de promotie in Nederland zijn gaan werken, en zij:

  • tijdens het promotieonderzoek in Nederland, in Nederland of binnen een straal van 150 kilometer van de Nederlandse grens woonde;
  • tussen de promotie en de start van het werk in Nederland, in Nederland of binnen een straal van 150 kilometer van de Nederlandse grens woonde;
  • voor de start van het promotieonderzoek – in de 24 voorafgaande maanden langer dan 16 maanden – meer dan 150 kilometer van de Nederlandse grens woonde.

4. Geldige beschikking

Als laatste voorwaarde geldt dat aan de werkgever een geldige beschikking moet zijn afgegeven. Uit de beschikking moet blijken dat werkgever en werknemer van de 30%-regeling gebruik mogen maken. Indien dit het geval is mag de vergoeding van de 30%-regeling belastingvrij verstrekt worden. De datum van afgifte bepaalt hoe lang de beschikking geldig is. De looptijd van een beschikking is in beginsel 8 jaar. Echter, de looptijd kan worden verkort indien een werknemer in de 25 jaar voorafgaande aan de verstrekking van de beschikking al eens in Nederland woonde en/of werkte. Van geval van geval moet worden bepaald of en met hoeveel tijd de looptijd wordt verkort.

De looptijd van de beschikking wordt overigens niet verkort indien als blijkt dat een werknemer in de 25 jaar voorafgaande aan de verstrekking van de beschikking:

  • maximaal 20 dagen per jaar in Nederland werkte;
  • maximaal 6 weken per jaar, of eenmalig 1 aaneengesloten periode van maximaal 3 maanden in Nederland is geweest voor vakantie, familiebezoek of andere privéredenen; of
  • periodes als werknemer buiten Nederland werkte of verbleef.

Volgens mij voldoet een inkomende werknemer al snel aan deze eisen waardoor de looptijd van de beschikking niet snel verkort zal worden.

Einddatum van de 30%-regeling

De einddatum van de 30%-regeling staat op de beschikking en zal in beginsel de datum van afgifte van de beschikking + 8 jaar zijn. De beschikking wordt namelijk in beginsel afgegeven voor een periode van 8 jaar.

De 30%-regeling eindigt echter in beginsel eerder indien een werknemer eerder uitdienst treedt bij de werkgever. In dat geval eindigt de 30%-regeling op de laatste dag van het loontijdvak na het tijdvak waarin de laatste werkdag valt. Als bijvoorbeeld de laatste werkdag van een werknemer 15 februari 2016 is, dan mag bij een loontijdvak van een maand de 30%-regeling toegepast worden tot en met 31 maart 2016.

Op deze hoofdregel is een uitzondering gecreëerd, waarover de Hoge Raad (eind januari 2016) meer duidelijkheid verschaft heeft. Als een werknemer binnen drie maanden na uitdiensttreding bij een nieuwe werkgever indiensttreedt, is het, onder voorwaarden, mogelijk om de 30%-regeling voort te zetten bij de nieuwe werkgever. Deze drie maanden moet volgens de Hoge Raad strikt worden toegepast. De driemaandeneis is volgens de Hoge Raad een harde eis is waarvan, ongeacht de reden, niet van mag worden afgeweken als een werknemer gebruik wil blijven maken van de 30%-regeling.

Indienen verzoek tot toepassing van 30%-regeling

Indien een werkgever en werknemer gebruik willen maken van de 30%-regeling voor ingekomen werknemers dienen zij hiertoe bij de belastingdienst gezamenlijk een verzoek in voor toepassing van de 30%-regeling. Hiertoe is op de site van de belastingdienst een formulier ter beschikking gesteld.

Pensioen over belastingvrije vergoeding van de 30%-regeling?

Voor 1 januari 2015 kwalificeerde de belastingvrije vergoeding van de 30%-regeling niet als fiscaal loon, en was het daarom, behoudens twee uitzonderingssituaties, niet mogelijk om over deze vergoeding fiscaal gefaciliteerd pensioen op te bouwen. Per 1 januari 2015 is de werkkostenregeling ingevoerd, waardoor alle vrije vergoedingen en verstrekkingen tot het (fiscale) eindheffingsloon vallen. Fiscaal gevolg hiervan is dat de 30%-regeling onder het fiscale loon valt.

Door toepassing van de werkkostenregeling kan dus pensioen worden opgebouwd over de belastingvrije vergoeding van de 30%-regeling. Echter, voordat dit daadwerkelijk mogelijk is moeten wel een aantal zaken geregeld worden. Zo moet in het pensioenreglement opgenomen worden dat de belastingvrije vergoeding van de 30%-regeling wordt aangemerkt als pensioengevend loon. Ook de arbeidsovereenkomst moet hierop worden aangepast. Tevens kunnen nadere afspraken worden gemaakt over de premieverdeling.

Tot slot

Zoals uit het bovenstaande wel blijkt bestaan er verschillende mogelijkheden om als werkgever belastingvrij vergoedingen te verstrekken aan inkomende werknemers. Interessante vraag voor werkgevers is nog of de belastingvrije vergoeding van de 30%-regeling betrokken moet worden bij de berekening van de transitievergoeding. Dit lijkt niet aan de orde te zijn, want de vergoeding van de 30%-regeling is een onkostenvergoeding en dergelijke vergoedingen hoeven in beginsel niet te worden meegenomen bij de berekening van de transitievergoeding.

 

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen