Home > Arbeidsongeschiktheid > Het recht van de werknemer op vrije toegang tot de bedrijfsarts en een second opinion
Het recht van de werknemer op vrije toegang tot de bedrijfsarts en een second opinion

Het recht van de werknemer op vrije toegang tot de bedrijfsarts en een second opinion

Op 28 januari 2015 heeft de regering een brief gepubliceerd, over de toekomst van de arbeidsgerelateerde zorg (pdf). Hierin is een aantal wetswijzigingen aangekondigd, die op puntenreeks in een wetsvoorstel zijn vastgelegd ter internetconsultatie, en die inmiddels is afgesloten. Het wetsvoorstel kent de volgende belangrijke wijzigingen:

  • Versterking van de positie van de preventiemedewerker en samenwerking met Arbo-dienstverleners.
  • Verduidelijken van de adviserende rol van de bedrijfsarts.
  • Het (altijd) vrij kunnen consulteren van de bedrijfsarts door de werknemer.
  • Ruimte voor professionele beroepsuitoefening door bedrijfsarts en andere Arbo-dienstverleners met taken uit de Arbo-regelgeving.
  • Het basiscontract voor Arbo-dienstverlening.
  • Meer mogelijkheden voor handhaving op bovenstaande onderwerpen, en toezicht.

De belangrijkste beoogde wijzigingen zijn dat de adviserende rol van de bedrijfsarts wordt verduidelijkt. Volgens de wetgever komt het namelijk te vaak voor dat de bedrijfsarts niet alleen adviseert, maar ook de verzuimbegeleiding op zich moet nemen, terwijl dit de verantwoordelijkheid is van de werkgever. De bedrijfsarts komt volgens de wetgever dan voor de afweging te staan waarbij het risico bestaat dat de belangen van de werkgever zwaarder worden gewogen dan die van de werknemer. Dit terwijl de bedrijfsarts de gezondheid van de werknemer voorop zou moeten stellen. Om die reden wordt in het wetsvoorstel opgenomen dat de rol van de bedrijfsarts alleen adviserend is. 

Een tweede belangrijke wijziging is dat werknemers voortaan vrije toegang hebben tot de bedrijfsarts om consult in te winnen. Dit maakt het volgens de wetgever onder meer mogelijk de bedrijfsarts te consulteren vóórdat klachten leiden tot verzuim. De aandacht voor preventieve zorg door de bedrijfsarts wordt hiermee vergroot. Dit is een belangrijke wijziging van de wet, omdat werknemers die niet ziek zijn voor de bedongen arbeid, op dit moment niet standaard vrije toegang tot de bedrijfsarts hebben.

Tussen werkgever en bedrijfsarts/arbodienst moet voortaan verplicht een basiscontract worden afgesloten. In de wet zal een aantal minimumeisen hieraan worden gesteld. Het betreft onder meer de huidige wettelijke taken, zoals het toetsen van de risico-inventarisatie en evaluatie, de deskundigenbegeleiding bij ziekte, het aanbieden van arbeidsgezondheidskundig onderzoek en, indien relevant, het verrichten van wettelijk verplichte aanstellingskeuringen. Deze huidige bestaande verplichtingen worden aangevuld met de nieuwe wettelijke taak van consultatie van de bedrijfsarts door de werknemer. In het basiscontract worden voorts vijf nieuwe specifieke eisen opgenomen:

  • Bezoek van de werkplek: In de overeenkomst moet worden opgenomen de mogelijkheid voor een bedrijfsarts om de werkplek te   bezoeken.
  • Second opinion: in de overeenkomst wordt opgenomen dat de werknemer de mogelijkheid heeft om het oordeel van de bedrijfsarts te laten voorzien van een second opinion door een andere bedrijfsarts. In de overeenkomst moeten afspraken worden gemaakt over de wijze waarop de uitvoering van de second opinion vorm wordt gegeven. Als na uitvoering van de second opinion begeleiding door een bedrijfsarts noodzakelijk is, bijvoorbeeld in geval van verzuim, dan dient er met de voorkeur van de werknemer rekening te worden gehouden en kan de begeleiding aan een andere bedrijfsarts worden overgedragen. Belangrijk is dat de second opinion dus niet door de werknemer bij de werkgever wordt aangevraagd, maar bij de bedrijfsarts zelf. De organisatie en uitvoering van de second opinion zal door de dienstverleners moeten worden opgepakt. De regering verwacht dat Arbodiensten en bedrijfsartsen hiervoor samenwerkingsvormen zullen aangaan.
  • Overleg met het medezeggenschapsorgaan: Bedrijfsarts wordt waar nodig meer betrokken bij het bedrijfsbeleid voor gezond en veilig werk, en bij de werknemers of hun vertegenwoordigers.
  • Beroepsziekten: In de overeenkomst moet aandacht worden besteed aan de verantwoordelijkheid van de bedrijfsarts voor het opsporen, onderkennen, diagnosticeren van beroepsziekten, en het melden ervan, en zo nodig en mogelijk vertalen en van de preventieve aanpak.
  • Klachtenbehandeling: In het contract moet duidelijkheid zijn gegeven over de klachtenprocedure.

Het betreft een aantal wetswijzigingen die in de praktijk flinke gevolgen kunnen en zullen hebben. Met name het recht ook op second opinion, kan flinke gevolgen hebben. Het komt immers vaak voor dat een werknemer het niet eens is met de bedrijfsarts, omdat de bedrijfsarts de kansen op werkhervatting positiever inschat dan de werknemer. Denk bijvoorbeeld aan situaties waarin ook een arbeidsconflict speelt en de werknemer meent dat het conflict gepaard gaat met medische klachten die een werkhervatting verhinderen. Op dit moment is het oordeel van de bedrijfsarts nog doorslaggevend, en kan de werknemer eventueel een second opinion bij het UWV aanvragen. Dit kost echter de nodige tijd en geld. Het aanvragen van een second opinion bij een andere bedrijfsarts is een stuk laagdrempeliger en daarnaast kosteloos. Ik verwacht daarom dat relatief veel werknemers hiervan gebruik zullen maken, wat niet alleen zal leiden tot de nodige vertraging in het kader van de re-integratie en arbeidsgeschillen, maar ook tot meer kosten (voor de werkgever). Verder geeft de regering maar beperkt antwoord op de vraag op wat te doen als twee bedrijfsartsen met elkaar van mening verschillen over de medische situatie van de werknemer en de mogelijkheden tot werkhervatting. De werknemer mag dan kiezen wie de begeleiding op zich neemt, maar wie zegt dat de conclusies van deze bedrijfsarts wèl juist zijn? Dit temeer nu werknemers doorgaans hun voorkeur zullen uitspreken voor de bedrijfsarts die de meeste beperkingen aanneemt. Dit kan tot gevolg hebben dat de re-integratie stokt, wat na afloop van de loondoorbetalingsperiode weer tot gevolg kan hebben dat het UWV de werkgever een loonsanctie van maximaal 52 weken oplegt omdat de bedrijfsarts teveel beperkingen heeft aangenomen. De werkgever is immers in het kader van de Wet verbetering poortwachter verantwoordelijk voor een verkeerd oordeel van de bedrijfsarts. En wat te doen als ook een deskundigenoordeel aan het UWV wordt gevraagd, en diens oordeel afwijkt van dat van de twee bedrijfsartsen? Al met al vraag ik mij ten zeerste af wat de toegevoegde waarde is van de second opinion, en of die toegevoegde waarde niet al was ondervangen met het deskundigenoordeel door het UWV.

Het wetsvoorstel ligt nu voor advies bij de Raad van State.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen