Home > Algemeen > Volgens CRvB valt afkoop uitkeringsrechten niet onder maximum WNT
Volgens CRvB valt afkoop uitkeringsrechten niet onder maximum WNT

Volgens CRvB valt afkoop uitkeringsrechten niet onder maximum WNT

De hoogste ambtenarenrechter heeft op 29 juni 2015 afkoop van opgebouwde uitkeringsrechten tegen 30% op één lijn gesteld met de uitzondering van artikel 1.1 aanhef en onder i WNT. Hierdoor geldt niet het maximum van € 75.000,- bruto (artikel 2.10 lid 1 WNT).

Casus

WSW-instelling Atlant Groep en een topfunctionaris (artikel 1.1 aanhef en onder b WNT) sloten na een mediation op 19 augustus 2013 een vaststellingsovereenkomst. Aan de betrokkene werd per 1 oktober 2013 eervol ontslag verleend op grond van artikel 8:8 CAR/UWO. In verband met de beëindiging van het dienstverband en ten titel van afkoop van uitkeringsrechten werd aan betrokkene een vergoeding van € 311.000,- bruto betaald, een passende regeling als bedoeld in artikel 10d:4 lid 1 CAR/UWO.

De accountant stelde zich in 2014 op het standpunt dat de in de vaststellingsovereenkomst gemaakte afspraken in strijd met de WNT zijn, met de  mogelijkheid voor de minister om handhavend op te treden (artikelen 5.3 t/m 5.6 WNT). Daarop traden partijen in overleg met als resultaat een nieuwe afspraak en een nieuw ontslagbesluit per 1 oktober 2013, wederom op grond van artikel 8:8 CAR/UWO, maar zonder toepassing van artikel 10d:4 CAR/UWO.

Wel werd toegevoegd de overweging van het bestuur van Atlant Groep, dat artikel 10d:4 CAR/UWO en de jurisprudentie hierover verplichten tot een passende regeling waarvan een artikel 8:8-ontslag gepaard moet gaan. Echter, op grond van artikel 1.6 lid 2 WNT volgt dat een uitkering in verband met de beëindiging van het dienstverband maximaal € 75.000,- mag belopen. Betalingen die dit bedrag overschrijden, zijn onverschuldigd betaald, tenzij de betaling voortvloeit uit een rechterlijke uitspraak.

Het bestuur overweegt vervolgens dat een passende regeling in dit geval zou inhouden de toekenning van € 311.000,- bruto als beëindigingsvergoeding, dat wil zeggen

  • € 45.000,- als compensatie van gemiste pensioenopbouw
  • € 122.281,76 als bedrag aan bezoldiging over de re-integratiefase va 8 maanden (artikel 10d:6 CAR/UWO) en
  • € 143.018,24 als afkoop van uitkeringsrechten.

Betrokkene maakte bezwaar en verzocht het bestuur in te stemmen met een rechtstreeks beroep bij de bestuursrechter (artikel 7:1a Awb). Aldus geschiedde, met de toevoeging van het bestuur van Atlant Groep aan de rechter, dat partijen aldus de eerder tussen hen getroffen regeling als het ware ter bekrachtiging voorleggen aan de rechtbank: het vaststellen van een beëindigingsvergoeding die niet valt onder het WNT-maximum van € 75.000,- bruto.

Rechtbank en CRvB oordelen dat het bestuur ten onrechte heeft geweigerd zelf een passende regeling te treffen als bedoeld in artikel 10d:4 CAR/UWO en voorzien – om proces­economische redenen – vervolgens zelf in de zaak.

Oordeel rechtbank en CRvB

De afkoop van uitkeringsrechten tegen € 143.018,24 telt niet mee bij het WNT-maximum van € 75.000,-. Dit afkoopbedrag komt in plaats van de uitkerings­rechten die betrokkene te gelde had kunnen maken (zie artikel 10d:4 CAR/UWO). De afkoopwaarde tegen 30% wordt redelijk geoordeeld, nu het niet overschrijdt hetgeen gebruikelijk is.

De andere bedragen: € 45.000,- (compensatie gemiste pensioenopbouw) en € 122.981,26 (bezoldiging over re-integratiefase van 8 maanden) vallen wèl onder het WNT-maximum van € 75.000,- bruto), want deze vloeien niet voort uit artikel 10d:4 CAR/UWO of een artikel 8:8 ontslag. Hierop worden deze beide bedragen tezamen gemaximeerd.

Commentaar

De rechtbank en CRvB laten de afkoop van uitkeringsrechten vallen onder artikel 1.1 aanhef en onder i WNT. Namelijk dat uitkeringen wegens beëindiging van het dienstverband bestaan uit de som van uitkeringen bij beëindiging van het dienstverband en beloningen betaalbaar op termijn, die betrekking hebben op beëindiging van het dienstverband, met uitzondering van uitkeringen die voortvloeien uit een algemeen verbindend verklaarde cao of een wettelijk voorschrift.

Opmerkelijk is dat bij een artikel 8:8 ontslag afkoop van uitkeringsrechten gelijkgesteld wordt aan de periodieke aanspraak op bovenwettelijke en nawettelijke uitkeringen (dit laatste, indien het ontslag gelegen is in de werksfeer en niet grotendeels is te wijten aan de betrokken ambtenaar).

De CRvB redeneert dat het overeengekomen bedrag van € 143.018,24 ter afkoop van uitkeringsrechten valt onder de in artikel 1.1 aanhef en onder i WNT genoemde uitzonderingen, die voortvloeien uit een wettelijk voorschrift, waardoor dit afkoopbedrag volledig kan worden meegenomen bij de bepaling van een passende regeling, zonder dat dit meetelt bij het WNT-maximum van € 75.000,- bruto.

Echter, van een wettelijke aanspraak op afkoop van uitkeringsrechten door betrokkene is geen sprake (bij een artikel 8:8 ontslag). Artikel 10d:34 CAR/UWO creëert de bevoegdheid om eenmalig, aan het begin van de uitkeringsperiode, op verzoek van de betrokkene, toestemming te geven voor afkoop van (alleen) de nawettelijke uitkering. De hoogte van het afkoopbedrag en de voorwaarden waaronder de afkoop verstrekt wordt, moeten bepaald worden door het bevoegd gezag (in casu bestuur Atlant Groep). Er is geen nadere regeling die voorschrijft dat afkoop tegen 30% kan/moet plaatsvinden.

Hieraan besteden rechtbank en CRvB geen aandacht.

Ook wordt geen aandacht besteed aan de CRvB-formule voor berekening van een ontslagver­goeding van een ambtenaar bovenop of naast de aanspraak op uitkeringsrechten. Deze formule luidt als volgt:

Bruto maandelijks salaris (inclusief vakantiegeld) x (aantal dienstjaren: 2) x 0,5 (0,75 of 1).

Slotsom

De overwegingen en uitspraak van de CRvB zijn duidelijk, namelijk dat afkoop van wettelijke uitkeringsrechten (op grond van artikel 10d:4 CAR/UWO) tegen 30% niet valt onder het WNT-maximum van € 75.000,- bruto. De aanspraak op een (bovenwettelijke) uitkering op grond van een cao of een rechtspositieregeling wordt gelijk gesteld aan de afkoop daarvan tegen een redelijk percentage. Dit zelfs, nu de gemeentelijke rechtspositieregeling wèl voor­waarden stelt aan afkoop.

Of dit ook zo toegepast kan worden op afkoop van andere uitkeringsrechten of van wachtgeld­aanspraken op grond van een algemeen verbindend verklaarde cao, is hiermee niet zonder meer gezegd. Dit ligt wel in de rede. Tot nu toe is het  ministerie BZK niet bereid om afkoop van wachtgeldaanspraken op grond van een (algemeen verbindend verklaarde) cao te laten vallen onder de vrijstelling van artikel 1.1 aanhef en onder i WNT. Het ministerie BZK zal dit zeer strikte standpunt moeten herzien op grond van de hiervoor besproken rechtspraak.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen