Home > Medezeggenschap > Wat te doen tegen een onhandelbaar OR-lid?
Wat te doen tegen een onhandelbaar OR-lid?

Wat te doen tegen een onhandelbaar OR-lid?

Het komt zo nu en dan voor dat een OR-lid de samenwerking binnen de ondernemingsraad ernstig belemmert. Het functioneren van de ondernemingsraad kan als gevolg daarvan ernstig worden gehinderd. Ook de relatie met de ondernemer kan daardoor worden verstoord.  Kunnen de ondernemingsraad en de ondernemer daar dan iets tegen ondernemen?

Artikel 13 van de Wet op de ondernemingsraden biedt een juridisch middel.  Op verzoek van de ondernemer of de ondernemingsraad kan de kantonrechter een OR-lid voor een te bepalen termijn uitsluiten van alle of bepaalde werkzaamheden van de ondernemingsraad.  Er zal echter wel sprake moeten zijn van een uitzonderlijke situatie wil de rechter van deze bevoegdheid gebruikmaken. Enkel een kritische houding van een OR-lid, waardoor de werkzaamheden van de ondernemingsraad mogelijk worden bemoeilijkt, is daarvoor onvoldoende. De rechter maakt met terughoudendheid van deze bevoegdheid gebruik, ook omdat daarmee een door de achterban gekozen vertegenwoordiger uit zijn functie wordt gezet.

Zo’n uitzonderingssituatie deed zich wel voor bij de ondernemingsraad van een grote gemeente (ECLI:NL:RBOBR:2015:427). De verhoudingen tussen een lid van deze ondernemingsraad en de overige leden was zo verstoord geraakt dat de ondernemingsraad de kantonrechter verzocht om dat OR-lid voor de resterende zittingsperiode uit te sluiten van alle werkzaamheden van de ondernemingsraad. De kantonrechter honoreerde dat verzoek.

Uit de uitspraak blijkt dat de verhoudingen inderdaad zeer ernstig verstoord waren. De overige leden van de ondernemingsraad hadden het vertrouwen in het betreffende OR-lid opgezegd. Zij betichtten hem van het dwarsbomen van de samenwerking en van individueel optreden. Het OR-lid handelde volgens de ondernemingsraad in strijd met de gedragscode van de ondernemingsraad. Hij viel openlijk gemaakte afspraken af  en maakte zich schuldig aan stemmingmakerij. Tevens verweet de ondernemingsraad hem schending van zijn geheimhoudingsplicht. De OR had geprobeerd om met het OR-lid tot een oplossing te komen en had meerdere malen mediation aangeboden. Het OR-lid had dat geweigerd en eiste excuses van de ondernemingsraad. Hij was van mening dat de OR-leden het te veel het bestuur naar de zin wilden maken en te weinig oog hadden voor de achterban. Zijn informatiebronnen wilde hij niet bij naam noemen, omdat dat naar zijn verwachting zou leiden tot consequenties van de werkgever tegen de betrokkenen.

De kantonrechter oordeelde dat het OR-lid de ondernemingsraad ernstig verstoorde in haar werk. Ook constateerde de kantonrechter dat het OR-lid zonder onderbouwing zeer ernstige beschuldigingen maakte aan de overige OR-leden over de wijze van belangenbehartiging. De kantonrechter verweet het OR-lid tevens dat hij de gedragscode overtrad doordat hij openlijk de gemaakte afspraken afviel, waardoor de ondernemingsraad naar buiten niet met één mond sprak. Dat leidde tot onduidelijkheid bij de achterban. De kantonrechter verweet het OR-lid verder dat deze weigerde mee te werken aan mediation, waarmee hij onvoldoende blijk gaf van inzet om tot een goede samenwerking te komen. Daarmee was er geen uitzicht op normalisering van de verhoudingen.

Deze uitspraak toont aan dat het mogelijk is om op te treden tegen een onhandelbaar OR-lid. Maar er zal wel sprake moeten zijn van uitzonderlijke omstandigheden, die in de procedure komen vast te staan. Bovendien lijkt ook vereist dat er geen uitzicht is op een normalisering van de samenwerking.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen