Home > Aansprakelijkheid > Rechtstreekse boetes voor leidinggevenden
Rechtstreekse boetes voor leidinggevenden

Rechtstreekse boetes voor leidinggevenden

Op 31 maart jl. kopte de Inspectie SZW dat zij de afgelopen twee jaar ook leidinggevenden persoonlijk heeft beboet voor overtredingen binnen het bedrijf. In totaal is voor bijna € 450.000,– aan boetes opgelegd en de Inspectie gaat hier ook actief mee door. De feitelijk leidinggevers aan overtredingen van wet- en regelgeving blijven daarmee dus niet buiten schot. De gevolgen van een persoonlijke boete kunnen verstrekkend zijn en hebben in ieder geval een forse impact op de betrokkene zelf. Zeker omdat die boete niet zomaar ‘afgeschoven’ kan worden op het bedrijf.

Overtreding

Op overtreding van een aantal wetten, zoals bijvoorbeeld de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, de Arbeidstijdenwet, de Wet arbeid vreemdelingen, de Arbeidsomstandighedenwet en dergelijke kan de sanctie van een financiële boete worden opgelegd. Die boete wordt meestal opgelegd aan het bedrijf, dus aan de onderneming. Immers er wordt gehandeld vanuit of namens de onderneming, dus die wordt dan ook gezien als de overtreder.  Maar de Inspectie SZW heeft ook de mogelijkheid om degene die binnen het bedrijf feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, een persoonlijke boete op te leggen.

De Inspectie SZW is als bestuursorgaan gehouden aan de regels uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In de Awb is een koppeling gemaakt naar artikel 51 Wetboek van Strafrecht. Volgens dit artikel kunnen strafbare feiten worden begaan door een rechtspersoon, maar ook de ‘opdrachtgever’ of de ‘feitelijk leidinggever’ kan hiervoor worden vervolgd en gestraft. Daarmee is een doorsteek naar de feitelijk leidinggever mogelijk gemaakt.

 

Maar wie is ‘feitelijk leidinggever’?

Het moet dan gaan om feitelijke macht, invloed en verantwoordelijkheid ten aanzien van de strafbare feiten. In de zogenoemde Slavenburg beschikkingen uit 1985 heeft de Hoge Raad zich hierover al uitgesproken. Van feitelijk leidinggeven aan verboden gedragingen kan onder omstandigheden sprake zijn indien de functionaris, hoewel daartoe bevoegd en redelijkerwijs gehouden, maatregelen ter voorkoming van deze gedragingen achterwege laat en bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat de verboden gedragingen zich zullen voordoen.

In de wet noch in de rechtspraak is een definitie opgenomen van ‘feitelijk leidinggeven’ anders dan wat in 1986 al is uitgesproken door de Hoge Raad. Wel is een aantal aanknopingspunten ontwikkeld.

Feitelijk leidinggever is degenen die:

–          bevoegd is tot het treffen van maatregelen;

–          redelijkerwijs gehouden is tot het treffen van maatregelen;

–          ook de aanmerkelijke kans aanvaardt dat een bepaalde gedraging plaatsvindt.

 

Het is een misvatting om te denken dat alleen de hoogste baas in een onderneming als feitelijk leidinggever kan worden gezien. Het is juist breder dan dat. Daarmee kunnen bestuurders, vestigingsmanagers, afdelingsmanagers, vertegenwoordigers, maar zelfs ook commissarissen en de toezichthouders allemaal worden gezien als feitelijk leidinggever. Afhankelijk van de feitelijke omstandigheden zal telkens beoordeeld moeten worden of een medewerker/functionaris in kwestie ook daadwerkelijk als “feitelijk leidinggever” aan de verboden gedraging kan worden gezien.

Escape mogelijk?

Om hier onderuit te komen, is een taakverdeling niet voldoende. Er zal steeds beoordeeld moeten worden wat in werkelijkheid heeft plaatsgevonden, wie hierover de zeggenschap had (moeten hebben) om daarmee ook te kunnen beoordelen of daadwerkelijk sprake is van het feitelijk leidinggeven aan een bepaalde (verboden) gedraging.

Praktijk laat zien dat er nogal eens wordt geprobeerd om door middel van een papieren taakverdeling of een directiereglement verantwoordelijkheden af te schermen. Daar trekt de Inspectie zich niet veel van aan. Het gaat om wat er in werkelijkheid is gebeurd. Was er wetenschap van een bepaalde (verboden) gedraging, wat er ook zeggenschap om in te grijpen en had dat dan ook moeten gebeuren? Of is oogluikend toegestaan dat de verboden gedraging kon plaatsvinden?

De mogelijkheid van de Inspectie om de feitelijk leidinggevers persoonlijk te beboeten is op zichzelf niet nieuw, maar het feit dat de Inspectie hier nu opnieuw aandacht aan schenkt betekent wel dat het oppassen geblazen is. Dit zou ook reden moeten zijn om de eigen organisatiestructuur kritisch tegen het licht te houden. Is de organisatie wel compliant, oftewel wordt de wetten en regels wel netjes nageleefd? Is wel voldoende bekend waar anderen zich mee bezig houden en is de verantwoordelijkheidsverdeling ook wel juist. Hebben degene die verantwoordelijkheid dragen voor bepaalde zaken ook wel de middelen in handen om bijvoorbeeld in te grijpen waar nodig? En wordt intern wel voldoende kritisch gekeken naar ieders eigen rol en verantwoordelijkheid. Is er een aanspreekcultuur om daarmee vroegtijdig onregelmatigheden te kunnen signaleren en eventuele excessen uit te kunnen bannen?

Checks en balances

Een goed systeem van checks en balances is hierin absoluut wenselijk. Een duidelijk beleid en set aan eigen regels, taken en verantwoordelijkheden binnen de organisatie draagt bij aan transparantie. Dit alles kan worden vervat in een helder compliance programma binnen de eigen organisatie. Daarbij zal niet alleen gekeken kunnen worden naar de toepasselijke wet- en regelgeving, maar wellicht eerder nog naar de uitvoering daarvan, de handhaving en de integriteit van de mensen met wie wordt samengewerkt.

De Inspectie SZW stopt niet (meer) bij de voordeur van de onderneming, maar kijkt verder dan dat. Oppassen geblazen dus voor opdrachtgevers en feitelijk leidinggevenden. Wilt u meer weten over compliance in uw organisatie, neem dan gerust contact op met mij.

 

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen