Home > Arbeidsovereenkomst > Duitsland: eerste wet op het minimumloon (deel I) – ook van toepassing op buitenlandse arbeidsovereenkomsten?
Duitsland: eerste wet op het minimumloon (deel I) – ook van toepassing op buitenlandse arbeidsovereenkomsten?

Duitsland: eerste wet op het minimumloon (deel I) – ook van toepassing op buitenlandse arbeidsovereenkomsten?

Begin 2015 is de eerste Duitse wet op het minimumloon [Mindestlohngesetz (MiLoG)] in werking getreden, en eind januari zal ook een eerste salarisbetaling aan alle werknemers hebben plaatsgevonden op grond van deze wet. Er verschijnen legio berichten dat enkele werkgevers zich nog niet aan de wettelijke verplichtingen houden en ondanks de nieuwe regeling lagere bedragen uitbetalen. Maar ook buitenlandse werkgevers proberen de wettelijke regelingen te omzeilen. Vooral buitenlandse transportondernemingen klagen erover dat de wet ook van toepassing is op buitenlandse vrachtwagenchauffeurs.

Reden te meer om te kijken naar de nieuwe regels en de invloed hiervan op buitenlandse werkgevers.

1.       Inleiding
De wetgeving betreffende het minimumloon moet worden gezien in de context van de andere regelingen van de aangenomen wet ter versterking van de contactvrijheid van de sociale partners [Tarifautonomiestärkungsgesetz (TarifAutStG)]. Deze wet is een belangrijke pijler onder het coalitieverdrag van de SPD en de CDU/CSU. Ten aanzien van alle arbeidsovereenkomsten die onder deze wet vallen, wordt een minimumloon voorgeschreven van € 8,50 per uur. Bovendien bevat de wet nieuwe meldingsplichten, die door de betrokken werkgevers op straffe van een boete nagekomen moeten worden.

2.       Van toepassing op buitenlandse werknemers?
Het minimumloon van € 8,50 en de genoemde meldingsplichten zijn slechts van toepassing op overeenkomsten die vallen onder de wet op het minimumloon.

Deze wet vormt echter slechts de ondergrens van het wettelijk minimumloon. Zij is namelijk niet van toepassing indien een andere wet uit de TarifAutStG, bijvoorbeeld de wet op de detachering van werknemers [Arbeitnehmerentsendegesetz] of de wet op tijdelijk werk [Arbeitnehmerüberlassungsgesetz] geldt. Cao-afspraken waarvoor deze wetten gelden, mogen niet lager zijn dan het in de wet voorgeschreven minimumloon, maar “betere” minimumlonen moeten behouden blijven voor de betrokken werknemers.

Een van de belangrijkste vragen voor buitenlandse werkgevers is of de Duitse wetgeving ook invloed heeft op arbeidsovereenkomsten tussen die werkgevers en hun medewerkers indien zij hun medewerkers op tijdelijke basis werk laten verrichten in Duitsland.

De wet zelf zwijgt hierover. In tegenstelling tot de wet op de detachering van werknemers bevat de wet op het minimumloon geen specifieke regeling voor buitenlandse werknemers maar wordt er slechts verwezen naar een geldigheid voor alle “werknemers en werkneemsters”. Desondanks kan hieruit niet de conclusie worden getrokken dat de wet niet van toepassing is op niet geregelde gevallen. Via de wet op de detachering van werknemers zijn namelijk wettelijke regelingen betreffende minimumvergoedingen ook van toepassing op buitenlandse arbeidsovereenkomsten. Dit geldt ook indien die wetten later in werking zijn getreden dan de wet op de detachering van werknemers en/of slechts subsidiair gelden.

Hieraan doet ook het Europese collisierecht niets af. In principe is namelijk bij een arbeidsovereenkomst met internationaal karakter het arbeidsrecht van toepassing zoals bepaald in verordening Rome I. Op grond van deze verordening hebben de partijen in principe de vrijheid om een nationaal arbeidsrecht te kiezen. De wettelijk dwingende regels betreffende de bescherming van werknemers die zonder rechtskeuze van toepassing zouden zijn op de overeenkomst, mogen door het gekozen recht echter niet ter zijde worden geschoven. Bij een Nederlandse werkgever die zijn werknemers slechts op tijdelijke basis in Duitsland laat werken, zou volgens het bepaalde in verordening Rome I Nederlands arbeidsrecht van toepassing zijn. Een keuze voor Nederlands arbeidsrecht (die in de meeste Nederlandse arbeidsovereenkomsten wordt gemaakt) is derhalve onbeperkt mogelijk.

Desondanks geldt de wet op het minimumloon naast het gekozen nationale arbeidsrecht tevens voor deze buitenlandse overeenkomsten. Volgens de toelichting van de wetgever gaat het namelijk om een zogenoemde bepaling van bijzonder dwingend recht. Op grond van verordening Rome I kan een lidstaat een wet die volgens zijn inschatting noodzakelijk is om zijn binnenlandspolitieke, economische en sociale doelen te bereiken, ook toepassen op buitenlandse arbeidsovereenkomsten. Toen de Duitse regering een minimumloon voor het hele land in het leven riep, heeft zij zich beroepen op een dergelijk doel, en daarom is de wet op het minimumloon van toepassing.

De toepassing van deze wet op buitenlandse arbeidsovereenkomsten stuit echter op kritiek als het gaat om de Europese fundamentele vrijheden. De lidstaten zijn verplicht een grensoverschrijdende handel te garanderen. Hoewel de wet van toepassing is op zowel binnenlandse als buitenlandse ondernemingen, kunnen de bepalingen desondanks als discriminerend voor de grensoverschrijdende handel worden beschouwd. In de juridische vakliteratuur wordt doorgaans uitgegaan van verenigbaarheid met het vrij verrichten van diensten in het VWEU (Verdrag betreffende de werking van der Europese Unie), maar buitenlandse ondernemingen verzetten zich heftig tegen de nieuwe Duitse wetgeving. Het verzet van verschillende ondernemers- en werkgeversorganisaties maar ook van lidstaten is intussen zo heftig dat de kans groot is dat de Duitse regering te maken krijgt met een inbreukprocedure voor het HvJEU.

Meerdere landen, onder andere Polen en Tsjechië, hebben bovendien bij Andrea Nahles, de verantwoordelijke minister, erover geklaagd dat het minimumloon geldt voor buitenlandse vrachtwagenchauffeurs die Duitse autowegen slechts als doorgangsroute gebruiken. De Duitse regering heeft laten weten dat een controle van het minimumloon voor deze beroepsgroepen wordt uitgesteld. Ook de Europese Commissie nam het op voor de werkgevers en heeft intussen enkele vragen gesteld aan de Duitse regering over de binnenlandspolitieke, economische en sociale doelen waarmee de toepassing van de wet op buitenlandse ondernemingen wordt gerechtvaardigd.

Schrijver dezes is van mening dat de invoering van een minimumloon in het hele land ongetwijfeld een binnenlandspolitiek economisch doel vormt dat alleen verwezenlijkt kan worden indien de wet op het minimumloon wordt toegepast op buitenlandse arbeidsovereenkomsten. In principe moet men ondanks de bezwaren momenteel uitgaan van toepassing op buitenlandse arbeidsovereenkomsten. Dit geldt tevens voor arbeidsovereenkomsten met zogenoemde transito-chauffeurs. Ten aanzien hiervan wordt slechts tijdelijk afgezien van een controle, er is niet besloten dat de wet definitief niet geldt voor dergelijke arbeidsovereenkomsten. De bezwaren van buitenlandse ondernemingen en andere lidstaten met betrekking tot de niet-verenigbaarheid met de Europese fundamentele vrijheden zijn ongetwijfeld gegrond. Desondanks moet erop worden gewezen dat een inbreuk op een fundamentele vrijheid niet ertoe leidt dat de wet meteen niet van toepassing is. Hierover moet eerst een oordeel worden geveld door het HvJEU. Tegelijkertijd is niet elke inbreuk op de fundamentele vrijheid ook een overtreding. Een inbreuk kan namelijk worden gerechtvaardigd met het argument dat een regeling om redenen van “openbare orde” noodzakelijk is. Indien ten aanzien van de wet op het minimumloon op grond van de regeling betreffende bepalingen van bijzonder dwingend recht in verordening Rome I wordt uitgegaan van een grotendeels binnenlandspolitiek doel, moet ten aanzien van het vrij verrichten van diensten in het VWEU ook een reden van openbare orde worden geaccepteerd in het kader van uniforme regelgeving.

3.       Conclusie
Samenvattend kan derhalve worden geconstateerd dat de wet op het minimumloon ondanks de aanzienlijke bezwaren van buitenlandse ondernemers momenteel ook van toepassing is op buitenlandse arbeidsovereenkomsten. De enige uitzondering wordt voorlopig gevormd door het zogenoemde transitovervoer door de Bondsrepubliek Duitsland. Deze uitzondering geldt echter niet op grond van een hiaat in de wet maar op grond van de tijdelijke speciale regeling die de Duitse regering heeft getroffen.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen