Home > Leisure & hospitality > Het hersteld melden van een nog zieke werknemer en de verhaalssanctie
Het hersteld melden van een nog zieke werknemer en de verhaalssanctie

Het hersteld melden van een nog zieke werknemer en de verhaalssanctie

Als een werkgever gedurende de eerste 104 weken van ziekte van een werknemer (de ‘wachttijd’) onvoldoende re-integratie-inspanningen levert terwijl geen bevredigend re-integratieresultaat is behaald, kan het UWV een loonsanctie opleggen. Dit betekent dat de loondoorbetalingsverplichting tijdens ziekte van de werkgever met maximaal 52 weken wordt verlengd. Deze loonsanctie is in de praktijk inmiddels vrij berucht. Minder bekend is de met de loonsanctie vergelijkbare verhaalsanctie. De verhaalsanctie is opgenomen in artikel 39a van de Ziektewet. Als een werknemer gedurende de wachttijd ziek uit dienst treedt en aanspraak heeft op een Ziektewetuitkering, dan toetst het UWV of de werkgever gedurende het dienstverband voldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht. Deze toets is vergelijkbaar met de loonsanctietoets na afloop van de wachttijd. Indien de werkgever zonder deugdelijke grond onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht, dan zal het UWV de uitkering die aan een werknemer moet worden betaald, (gedeeltelijk) verhalen op de werkgever. De periode waarover deze uitkering wordt verhaald wordt afgestemd op de periode waarin de werkgever diens verplichtingen onvoldoende is nagekomen, en bedraagt ten hoogste 52 weken.

Onlangs heeft de rechtbank Den Haag een interessante uitspraak door de verhaalsanctie gewezen (ECLI:NL:RBDHA:2014:9221). Het betrof hier een werknemer die op 4 oktober 2010 in dienst was getreden bij een werkgever op basis van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voor de duur van twee jaar. De arbeidsovereenkomst liep derhalve af op 4 oktober 2012. Op 28 maart 2012 viel de werknemer uit vanwege ziekte. Werkgever en werknemer zijn vervolgens op 18 juli 2012 overeengekomen dat de werknemer tot het einde van het dienstverband werd vrijgesteld van de werkzaamheden met behoud van haar loon. De voorwaarde daarvoor was dat zij hersteld zou worden gemeld. Op 14 september 2012 meldde de werknemer zich vervolgens opnieuw ziek, waarna zij tot het einde van het dienstverband ziek bleef en ziek uit dienst ging. Op 5 oktober 2012 sprak zij met het UWV. In dat gesprek heeft zij aangegeven dat zij al eerder bij haar werkgever was uitgevallen met spanningsklachten die duidden op een burn-out. Ook heeft zij aangegeven dat er toen een voorstel is gedaan dat dat zij niet meer hoefde te komen re-integreren en dat zij toen is beter gemeld. Het UWV heeft vervolgens onderzoek gedaan en geconcludeerd dat de eerste ziektedag niet 14 september 2012 was, maar de eerdere ziektedatum van 28 maart 2012. Dit betekende dat over de periode van 28 maart 2012 tot 4 oktober 2012 de werkgever en werknemer de reguliere wettelijke re-integratieverplichtingen hadden moetend doorlopen. Dit was nagelaten. Om die reden werd door het UWV op de werkgever een verhaalsanctie opgelegd ter hoogte van € 7.605,35. De rechtbank concludeerde dat dit terecht was.

Het met het oog op een (overeengekomen) uitdiensttreding hersteld melden van een nog zieke werknemer is voor de werkgever dus niet zonder risico’s. Daarbij is wel relevant dat in de bovengenoemde uitspraak de werknemer een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd had die tijdens de eerste 104 weken van ziekte van rechtswege afliep. Zij stroomde daarom sowieso de Ziektewet in. Als een werknemer echter instemt met een tussentijdse beëindiging van een arbeidsovereenkomst, dan bestaat in beginsel geen aanspraak op een Ziektewetuitkering, omdat de werknemer op grond van de Ziektewet een benadelingshandeling pleegt (artikel 45 lid 1 sub j Ziektewet). Als er geen aanspraak op een Ziektewetuitkering bestaat, dan kan die logischerwijs ook niet op de werkgever worden verhaald.

In de Regeling beleidsregels beoordelingskader poortwachter is overigens een passage geweid aan de situatie dan een zieke werknemer een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd heeft en tijdens de wachttijd uit dienst treedt. In hoofdstuk 11 is opgenomen dat een werkgever enkel redelijke kosten hoeft te maken ten behoeve van de re-integratie. Het UWV hanteert hiervoor als praktische richtlijn dat de kosten die de werkgevers moeten betalen niet meer hoeven te bedragen dan 70% van het nog te betalen loon. Om te voorkomen dat de re-integratie stagneert, kan de werkgever bij een tijdelijk dienstverband voorts het UWV verzoeken in de re-integratie te participeren. De werkgever is hiertoe echter niet verplicht.

 

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen