Home > Ontslag > Klijnsma over waardeoverdracht pensioen
Klijnsma over waardeoverdracht pensioen

Klijnsma over waardeoverdracht pensioen

Op 20 januari 2014 heeft staatssecretaris Klijnsma de Tweede Kamer geïnformeerd over haar standpunt over de beoogde aanpassing van de wettelijke regeling inzake (individuele) waardeoverdracht van pensioen bij baanwissel.

Huidig systeem

Het gaat om verplichte medewerking van de pensioenuitvoerders aan het verzoek van de deelnemer/werknemer om waardeoverdracht bij wisseling van werkgever. Indien de werknemer dit verzoek binnen zes maanden na de aanvang van de pensioenopbouw bij de nieuwe werkgever doet, zijn de oude en nieuwe pensioenuitvoerders verplicht hieraan uitvoering te geven.

De pensioenuitvoer van de nieuwe werkgever moet waarborgen dat de actuariële waarde van de te verwerven pensioenaanspraken tenminste gelijk is aan de op dezelfde grondslagen berekende waarde van de over te dragen pensioenaanspraken (artikel 71 Pensioenwet). Dit systeem kan vervelende financiële consequenties hebben voor de nieuwe werkgever en/of pensioenuitvoerder. Zie hierover de bijdragen op deze kennisportal op 8 juli 2011 en 25 april 2012 en 3 augustus 2012.

Handhaving individueel recht op waardeoverdracht

Klijnsma wil de individuele keuzevrijheid van de werknemer bij baanwissel handhaven.

Dit keuzerecht wordt onderbouwd door aanzienlijke belangen aan de zijde van de werknemer, zoals inzicht in vooruitzichten op inflatiecorrectie, dekking bij arbeidsongeschiktheid en bij overlijden. Verder speelt een rol dat een werknemer een financieel plan wil maken met keuze- en sturingsmogelijkheden om de individuele oudedagsvoorziening in te richten. Dan spelen aspecten rond deeltijdpensioen, gebruikmaken van hoog-/laagconstructie, schuiven met de pensioenleeftijd een rol.

Indien de opgebouwde pensioenrechten bij één pensioenuitvoerder zijn ondergebracht, zijn de door de werknemer te maken keuzes veel inzichtelijker en worden ze vergemakkelijkt.

Ander systeem

Vanwege belangrijke nadelen die kleven aan het huidige systeem, wil de staatssecretaris de individuele waardeoverdracht vereenvoudigen. Niet de pensioenaanspraak wordt overgedragen maar uitsluitend de waarde van de pensioenvoorziening. In het huidige systeem komen verschillen naar boven tussen de financieringssystemen van pensioenfondsen en verzekeraars, met het risico van bijbetaling door de oude/nieuwe werkgever en/of pensioen-uitvoerders. Dit is onwenselijk.

Door introductie van een systeem van gefinancierde waarde van de pensioenaanspraak kan echter wel sprake zijn van andere pensioenaanspraken bij de oude en nieuwe pensioenuitvoerder. Omdat alleen de verplichtingen in de boeken van de oude pensioenuitvoerder worden overgedragen, zal de nieuwe pensioenuitvoerder op basis van de eigen pensioenregeling moeten bepalen welke pensioenaanspraak met het over te dragen bedrag ingeboekt kan worden. Het risico van een mindere pensioenaanspraak komt dan te liggen bij de werknemer/deelnemer. Echter, op basis van een goed zicht op de voor- en nadelen van de opgebouwde aanspraken bij de oude werkgever en nieuw op te bouwen nieuwe aanspraken bij de nieuwe werkgever, kan de werknemer zijn keuze maken: wel/geen waardeoverdracht.

Andere aspecten

Daarnaast wil de staatssecretaris de uitvoering van de waardeoverdracht eenvoudiger maken door middel van automatisering van het proces. Verder wil zij ook bezien of de mogelijkheden verruimd moeten worden dat kleine pensioenen op verzoek van de overdragende pensioenuitvoerder automatisch en verplicht overgedragen worden. Nu is de grens van afkoop van kleine pensioenen een pensioenuitkering op de reguliere pensioendatum € 458,06 bruto per jaar. Doel is de uitvoeringskosten van kleine pensioenaanspraken te verminderen. Dit is niet alleen in het belang van de pensioenuitvoerders maar ook van de (gewezen) deelnemers/werknemers.

Planning

In het voorjaar van 2014 zal Klijnsma de uitkomst van haar onderzoek aan de Kamer meedelen, met opgave van het tijdstip waarop de beoogde wetswijziging wordt aangeboden.

Pensioenfederatie en Stichting van de Arbeid

De pensioenfederatie steunt de plannen van de staatssecretaris. De Stichting van de Arbeid is verdeeld. De werkgevers willen het recht op individuele waardeoverdracht laten vervallen, met het argument dat waardeoverdracht ingewikkeld en in sommige gevallen kostbaar is voor werkgevers. Bovendien is het oorspronkelijke doel van de invoering van verplichte individuele waardeoverdracht bij baanwisseling vervallen. Destijds (1994) was in meerderheid sprake van eindloonregelingen, inmiddels is in meerderheid sprake van middelloonregelingen. Bij de laatste speelt niet/nauwelijks het optreden van een pensioengat, bij eindloonregelingen was dit anders.

De werknemers hechten erg aan voortzetting van het recht op individuele waardeoverdracht bij baanwissel. Over overdracht van de gefinancierde waarde in plaats van de pensioenaanspraak bestaat wel eensgezindheid tussen de sociale partners.

Ik verwacht dat de staatssecretaris snel met een wetsontwerp zal komen en de nieuwe regeling per 1 januari 2015 wil invoeren.

Opmerkelijk

Eigenlijk heeft de werknemer in het nieuwe/voorgestelde systeem (overdracht van de gefinancierde waarde in plaats van opgebouwde aanspraak) nauwelijks belang bij individuele overdracht bij wisseling van werkgever.

Voor werkgevers en pensioenuitvoerders heeft het nieuwe/voorgestelde systeem alleen maar voordelen. Desalniettemin nemen de sociale partners de andere (en tegenovergestelde) standpunten in.

Naar mijn mening zou beter gekozen kunnen worden voor afschaffing van het recht van de werknemer op overdracht van de opgebouwde aanspraak of gefinancierde waarde bij wisseling van werkgever. Volstaan zou kunnen worden met verhoging van de afkoopgrens van kleine pensioenen, teneinde de uitvoeringskosten te beperken.

Wij zullen moeten afwachten welke keuzes de wetgever binnenkort zal maken. Hierover wordt u op deze kennisportal op de hoogte gehouden.

 

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen