Home > Ontslag > Maximum ontslagvergoeding WNT
Maximum ontslagvergoeding WNT

Maximum ontslagvergoeding WNT

Met de Wet Normering bezoldiging Topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector (WNT) is het niet langer mogelijk om aan een onder het toepassingsbereik van de WNT vallende functionaris een hogere vergoeding toe te kennen dan € 75.000,– bruto. In de praktijk wordt geworsteld met deze beperking. Zo ook de Carint-Reggeland Groep.

Uit de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 24 december 2013 (ECLI:NL:RBOVE:2013:3505) volgt dat de Carint-Reggeland Groep en de betreffende directeur eens waren over het feit dat de arbeidsrelatie niet kon voortduren. Partijen lijken nog wel verdeeld te zijn over de vraag welke vergoeding redelijk is en vragen de kantonrechter om uitsluitsel. Daarbij bedienen partijen zich van zogenaamde ‘pro forma’ stukken die op de dag van de mondelinge behandeling zijn ingediend bij de griffie.

De kantonrechter treedt verder niet inhoudelijk in de beoordeling van de reden(en) voor het ontslag en overweegt dat partijen het er over eens zijn dat de arbeidsverhouding dermate is verstoord dat een vruchtbare samenwerking niet langer mogelijk is.

Ter zake de vergoeding blijkt uit de uitspraak dat door de directeur een bedrag van €195.000,-bruto is gevorderd, terwijl Carint meent dat een bedrag van €120.000,- bruto billijk is.

De kantonrechter overweegt dat op grond van het bepaalde in artikel 7:685 BW de rechter in geval van ontbinding een vergoeding kan toekennen indien dat hem met het oog op de omstandigheden billijk voortkomt. Indien op basis van deze afweging de vergoeding hoger uitvalt dan € 75.000,–, dan staat de WNT daar niet aan in de weg, aldus de kantonrechter.

Alle omstandigheden van het geval in acht nemende, stelt de kantonrechter de vergoeding naar billijkheid vast op € 120.000,– bruto, dus gelijk aan het bedrag dat Carint heeft aangeboden.

De vraag die zich voordoet is of deze hoogstens enkel voor wat betreft de vergoeding op tegenspraak gevoerde procedure voldoende is om een afwijking van de WNT te rechtvaardigen. Of moet de conclusie zijn dat het hier evenzeer een partijafspraak betreft, die door de rechter is bekrachtigd?

In dat verband noem ik nog de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 4 juli 2013 (ECLI:NL:RBNNE:2013:4102).

Ook in deze kwestie was tussen partijen niet in geschil dat de arbeidsovereenkomst tussen Kwadrantgroep en een lid van de Raad van Bestuur op korte termijn diende te eindigen. De ‘onderliggende’ situatie wordt dus ook niet gedeeld in de procedure.

Juist vanwege deze afspraak tussen partijen dat zij zich niet uitlaten over de omstandigheden die tot de ontbinding moeten leiden, overweegt de kantonrechter dat niet kan worden beoordeeld of de billijkheid in de onderhavige situatie klaarblijkelijk eist dat een hogere vergoeding wordt toegekend. Daarbij overweegt de rechter nog eens uitdrukkelijk dat de rechter niet gebonden is aan de WNT, maar hiervan wel een zekere reflexwerking uitgaat.

 

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen