Home > Algemeen > Social media en het relatiebeding – een overzicht
Social media en het relatiebeding – een overzicht

Social media en het relatiebeding – een overzicht

In het arbeidsrecht spelen social media zoals Facebook, LinkedIn en Twitter een steeds grotere rol. Zo ook in relatie tot het vaak fel bevochten relatiebeding. Wij hebben op onze kennispagina al diverse artikelen geschreven over overtreding van (een) relatiebeding(en) via verschillende social media. In dit artikel vatten wij de rechtspraak op dit punt samen. De beschikbare rechtspraak zal in chronologische volgorde worden behandeld. Een duidelijke lijn, over hoe om te gaan met social media in het licht van relatiebedingen, is in de rechtspraak nog niet gegeven.

Schending relatiebeding met LinkedIn

Het begon met de uitspraak van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Arnhem op 8 maart 2011, waarin werd geoordeeld dat een ex-werknemer zijn relatiebeding had geschonden door onder andere een relatie van zijn voormalige werkgever aan zijn LinkedIn-netwerk toe te voegen. De ex-werknemer werd veroordeeld tot het betalen van een boete van € 10.000,00.

In het relatiebeding dat tussen de werkgever en de ex-werknemer was overeengekomen, stond dat het de werknemer zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van zijn werkgever verboden was om vanaf heden en gedurende een tijdvak van een  jaar na de einddatum “als particulier, als zelfstandig ondernemer, als werknemer in dienst van derden of in welke hoedanigheid dan ook, direct of indirect, rechtstreeks of zijdelings contact te hebben of te onderhouden, één en ander in de ruimste zin des woords”. Bij dit relatiebeding werden een aantal relaties expliciet genoemd, waaronder de relatie waarom het ging in de onderhavige kwestie.

Op de vraag of het via LinkedIn contact hebben met een werkneemster van een relatie van de (ex)werkgever overtreding van het relatiebeding opleverde, antwoordde de voorzieningenrechter bevestigend. Met het contact via LinkedIn had de ex-werknemer zijn relatiebeding overtreden en de rechter legde hem een boete op van € 10.000,00.

Schending relatiebeding via Twitter

Vervolgens oordeelde op 24 november 2011 de Voorzieningenrechter van de rechtbank Arnhem dat een ex-werkneemster het relatiebeding had overtreden via Twitter. De ex-werkneemster was bij de werkgever werkzaam geweest in de functie van adviseur Werving & Selectie en in de arbeidsovereenkomst was een relatiebeding overeengekomen. Het overeengekomen relatiebeding verbood acquireren in de ruimste zin des woords. Nadat de ex-werkneemster haar dienstverband had beëindigd, was zij als recruiter elders in dienst getreden.

Uit de uitspraak blijkt dat na afloop van het dienstverband via Twitter het volgende gesprek had plaatsgevonden tussen de recruiter en een kandidaat (die de recruiter bij haar vorige werkgever tweemaal had geplaatst bij een opdrachtgever):

Op 4 juli 2011 twitterde de kandidaat aan de recruiter: “Alkmaar….iets te ver weg…”
Op 6 juli 2011 twitterde de recruiter aan de kandidaat: “te lichte functie voor jou ;) ik krijg binnenkort een projectvoorbereider, ik zal kijken in welke regio ;)”
Op 8 juli 2011 twitterde de recruiter aan de kandidaat: “en is het wat??”
Op 12 juli 2011 twitterde de recruiter aan de kandidaat : “nou??? Laten we ff bellen binnenkort??”
De kandidaat antwoordde hierop: “bellen mag altijd… Mag ook via mail… Grtz en bedankt…”
Op 28 juli 2011 twitterde de recruiter aan de kandidaat: “ik wacht nog ergens op! :)”
Op 29 juli 2011 twitterde de recruiter aan de kandidaat: “Top!! Alvast een fijne vakantie!”
De kandidaat antwoordde hierop: “ik zoek hem op, moet hem nog aanvullen… enne sta op het punt om 1 week op vakantie te gaan… Maar ik doe me best” “voor wanneer wil je de cv hebben? Dank je wel komt goed!! Jij ook bijna vakantie?”
De recruiter antwoordde hierop: “liefste voor het weekend ;) kan ik er volgende week mee aan de slag! Ik heb de 15e vakantie!”

De voorzieningenrechter overwoog onder andere dat, in de branche van werving en selectie en detachering,  het klantenbestand voor de werkgever van wezenlijk belang was en dat het daarom voor de hand lag dat de werkgever ook de kandidaten onder het relatiebeding had willen brengen. Op basis van de bovengenoemde twittercorrespondentie tussen de recruiter en de kandidaat, achtte de voorzieningenrechter het vervolgens aannemelijk dat het relatiebeding in elk geval eenmaal door de recruiter was overtreden. De omstandigheid dat de twittercorrespondentie in alle openheid had plaatsgevonden en niet had geleid tot een plaatsing van de betreffende kandidaat, deed daaraan volgens de voorzieningenrechter niet af. De rechtbank oordeelde dat de recruiter in ieder geval eenmaal de overeengekomen boete van € 5.000,00 verbeurde en dit bedrag werd dan ook aan de werkgever toegewezen. Daarnaast wees de rechtbank het gevorderde verbod het relatiebeding te overtreden op straffe van een dwangsom toe.

Het bovenstaande vonnis van de rechtbank Arnhem van 24 november 2011 is op 17 april 2012 door het Gerechtshof Arnhem bekrachtigd.

Contact via social media is in beginsel privé

Gebruik van social media: in principe privé, of niet? De kantonrechter in Maastricht meende om 8 februari 2012 dat ’conversaties’ via social media moeten worden beschouwd als privé en daarmee vallen onder het grondrecht van vrije meningsuiting, tenzij uitdrukkelijk blijkt van een zakelijk karakter.

In deze kwestie stelde de ex-werkgever (een dansschool) dat de werknemer in strijd met zijn relatiebeding actief leerlingen had benaderd om hen over te halen naar zijn dansschool over te stappen. De werkgever had in de procedure prints overgelegd van Hyves, Facebook en Twitter, waaruit dit zou moeten blijken.

De rechter meende dat uit de overgelegde uitgeprinte pagina’s wel bleek dat de werknemer contacten onderhield met de op die pagina’s vermelde personen, maar niet was gebleken dat hij die personen actief had benaderd. De kantonrechter overwoog daarbij dat conversaties via “social media” zoals Hyves, Twitter, Facebook, WhatsApp, etcetera in beginsel beschouwd moeten worden als geschiedende in de privésfeer van de betrokkenen – en dus vallende onder het grondrecht van vrije meningsuiting – tenzij daaruit duidelijk en ondubbelzinnig voor eenieder een zakelijk karakter blijkt. In dit geval zou de werknemer bijvoorbeeld zijn contacten op die sociale media (“vrienden”) expliciet moeten vragen om wanneer zij bij werkgever zijn ingeschreven, over te stappen naar zijn dansschool. Daarvan was de kantonrechter niet gebleken, er was geen sprake van overtreding van het relatiebeding.

De rechter legde de lat voor overtreding van het relatiebeding in deze kwestie erg hoog, er moet volgens de kantonrechter in Maastricht letterlijk blijken van het overhalen om over te stappen.

Twitter niet onder bereik relatiebeding

In de uitspraak het Gerechtshof Den Haag van 21 februari 2012 besteedde het Gerechtshof Den Haag aandacht  aan het medium Twitter in relatie tot een concurrentie- en relatiebeding. Interessant is dat het Gerechtshof Den Haag in deze uitspraak oog blijkt te hebben voor het verschil in karakter tussen LinkedIn en Twitter.

In de procedure stelde de ex-werkgever geen vertrouwen te hebben in de integriteit van de werknemer als het ging om het correct naleven van het relatie- en geheimhoudingsbeding. De werknemer had toegezegd geen zaken te doen met cliënten die hij kende vanuit zijn dienstverband met de ex-werkgever, ook niet als hij benaderd zou worden. De zaak speelde in de recruitmentbranche, gericht op finance. Om het gebrek aan vertrouwen te onderbouwen, wees de ex-werkgever op een aantal tweets van de werknemer. Uit de berichten zou blijken dat de ex-werknemer – vanuit zijn nieuwe dienstverband – al een tijdje op zoek was naar ZZP’ers in finance.

Het Hof overwoog dat de ex-werknemer zich mogelijk op glad ijs begaf als het ging om zijn relatiebeding. Echter, er was volgens het Gerechtshof geen sprake van het ‘onderhouden van zakelijke contacten’, zoals verboden door het relatiebeding, ook niet indien hierbij de volgers op Twitter werden betrokken. Het volgen op Twitter is een eenzijdige actie vanuit de volger en niet specifiek geïnitieerd vanuit de twitteraar. Een uitnodiging daarvoor en een acceptatie daarvan zijn (anders dan bijvoorbeeld bij de persoonlijke accounts op Facebook of LinkedIn) niet nodig, aldus het Gerechtshof. Het gaat bij een tweet zoals hier aan de orde in feite om een moderne vorm van adverteren gericht op gegadigden voor werk die zich (onweersproken) doorgaans bij meerdere bedrijven zoals de ex-werkgever en nieuwe werkgever hebben ingeschreven en dus regelmatig in beide “kaartenbakken” zullen zitten.

Het aardige van deze uitspraak is om te zien dat het Gerechtshof zich rekenschap geeft van hoe sociale media als LinkedIn, Facebook en Twitter werken, een mooi voorbeeld van moderne rechtspraak.

Verbeuren boetes voor schending relatiebeding via Facebook

De rechtbank Rotterdam moest op 29 augustus 2012 oordelen over de vraag of het tussen partijen overeengekomen relatiebeding was geschonden door uitingen van de ex-werknemer op Facebook.

De ex-werknemer was in dienst geweest van Gosh Sports & Healthclub B.V. (hierna Gosh), een sportschool. De ex-werknemer in kwestie vervulde tot 1 december 2011 bij Gosh de functie van directeur. In het kader van de beëindiging was tussen (de advocaten van) partijen het volgende afgesproken: “gedurende een periode van 12 maanden na het aangaan van deze overeenkomst zal mijn cliënt(e) in Rotterdam-Zuid geen concurrerende activiteiten met Gosh uitvoeren.” en “mijn cliënt(e) zal gedurende een periode van 12 maanden na het aangaan van deze overeenkomst geen personeel of klanten van Gosh benaderen voor zakelijke doeleinden.”. Bij overtreding van het relatiebeding zou de ex-werknemer een boete verbeuren van € 5.000,00 per overtreding.

Gosh werd bekend dat de ex-werknemer een eigen sportschool was begonnen in Rotterdam-Oost (The Training Room) en dat deze sportschool op 10 april 2012 was geopend. Daarbij zou hij een groot aantal leden voor zakelijke doeleinden hebben benaderd en de ex-werknemer zou zaken doen met een werknemer die tot 1 maart 2012 bij Gosh werkzaam was geweest. Gosh heeft de ex-werknemer hierop laten weten dat hij hiermee het relatiebeding schond en dat zij aanspraak maakte op de boete van € 5.000,00 per overtreding.

De rechtbank overwoog dat de ex-werknemer het concurrentiebeding niet had geschonden, nu vaststond dat dit concurrentiebeding enkel zag op het uitvoeren door de ex-werknemer van concurrerende activiteiten jegens Gosh in Rotterdam-Zuid, terwijl The Training Room, de door de ex-werknemer opgerichte sportschool, was gevestigd in Rotterdam-Oost. Met betrekking tot het personeel van Gosh achtte de rechtbank het aannemelijk dat er voor het einde van het dienstverband van de werknemer contacten waren geweest tussen de werknemer en de ex-werknemer, op initiatief van de ex-werknemer, die te duiden waren als zakelijk. Dit achtte de rechtbank wel in strijd met het relatiebeding.

De vraag was vervolgens of de ex-werknemer met het delen/plaatsen van de berichten op Facebook (over zijn nieuw te openen sportschool) het relatiebeding had overtreden? De voorzieningenrechter achtte het aannemelijk, gelet op de letterlijke tekst van de berichten en de startfase waarin The Training Room zich op dat moment bevond, dat duidelijk was dat de ex-werknemer met het delen/plaatsen van die berichten op Facebook beoogd had actief klanten te werven voor The Training Room. De rechtbank gaf aan dat deze handelingen niet geacht kunnen worden te zijn geschied in de privésfeer van de ex-werknemer (en dus vallende onder het grondrecht van vrije meningsuiting), maar moesten worden aangemerkt als berichtgeving op initiatief van de ex-werknemer met een duidelijk zakelijk karakter. De rechtbank oordeelde dat de ex-werknemer met deze berichten het relatiebeding (minimaal tweemaal) had geschonden. De overtredingen waren volgens de rechtbank Rotterdam begaan door het enkele plaatsen/delen van de berichten door de ex-werknemer op Facebook, waarbij de voorzieningenrechter het niet van belang achtte of de berichten de klanten van Gosh daadwerkelijk hadden bereikt.

Het is de vraag in hoeverre deze uitspraak van de rechtbank Rotterdam in overeenstemming is met het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 21 februari 2012.

Conclusie

De rechtspraak laat nog geen duidelijke lijn zien over hoe om te gaan met social media in het licht van relatiebedingen. Het blijft derhalve een aandachtspunt voor werkgevers en (ex-)werknemers. Wel lijkt de aard van de sociale media, de wijze van communiceren op de sociale media en de inhoud van de berichten een rol te spelen bij de beoordeling door de verschillende rechters. Ook kan van belang zijn wie het contact heeft geïnitieerd.

Tip voor werkgevers: spits het relatiebeding in de arbeidsovereenkomst (of eventueel de vaststellingsovereenkomst) mede toe op contacten via social media. Hiermee zouden problemen met betrekking tot de vraag of het gebruik van social media al dan niet onder de reikwijdte van het relatiebeding valt, kunnen worden voorkomen.

 

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen