Home > Privacy > Heeft werknemer recht inzage in correspondentie werkgever/advocaat?
Heeft werknemer recht inzage in correspondentie werkgever/advocaat?

Heeft werknemer recht inzage in correspondentie werkgever/advocaat?

Het inzagerecht in het personeelsdossier strekt zich niet uit tot interne notities die de persoonlijke gedachten van medewerkers bevatten en die uitsluitend bedoeld zijn voor intern overleg en beraad. De vraag is wat nog onder dergelijke interne notities valt en wat niet. Hoe zit het met correspondentie van en met juristen?

In mijn artikel ‘Hoe ver reikt het inzagerecht in het personeelsdossier’ ging ik op de grenzen aan het inzagerecht (artikel 35 Wet Bescherming Persoonsgegevens) naar aanleiding van een arrest van het Gerechtshof Amsterdam d.d. 5 juli 2011. De werkneemster vroeg haar werkgever, The Royal Bank of Scotland, om inzage in het dossier, maar kreeg geen inzage in onder andere de correspondentie tussen de afdeling arbeidszaken van de bank en haar advocaat en andere afdelingen binnen de bank.

Het Gerechtshof wees de vordering tot inzage van de werkneemster af. De gegevens waarom werd verzocht bevatten persoonlijke gedachten, bedoeld voor intern overleg en vielen daarom niet onder het inzagerecht. Het feit dat de advocaat was gedetacheerd bij de werkgever deed daaraan niet af. Datzelfde gold voor het feit dat de persoonlijke aantekeningen/gedachten schriftelijk, waaronder elektronisch, werden gedeeld met andere werknemers. Dit rechtvaardigt volgens het Gerechtshof niet de conclusie dat de persoonlijke aantekeningen zijn bedoeld om tezamen met andere persoonsgegevens in een bestand te worden opgenomen. Dit laatste is nu juist waar de WBP op ziet. De WBP is van toepassing op de geheel of gedeeltelijke geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens, alsmede de niet-geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens die in een bestand zijn opgenomen.

De werkneemster trok aan het kortste eind en heeft haar strijd voortgezet bij de Hoge Raad. Zij stelde dat de verzochte gegevens wél onder het inzagerecht vallen omdat deze hun oorsprong vinden in de arbeidsrelatie. Daarmee zou per definitie sprake zijn van een persoonsgegeven en voor de werknemer toegankelijk moeten zijn.

De Hoge Raad verwerpt in zijn uitspraak van 8 februari 2013 het cassatieberoep. De Hoge Raad doet de zaak zonder nadere motivering verkort af op grond van artikel 81 RO omdat er in het kader van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling geen rechtsvragen beantwoord hoeven worden. Het oordeel van het Gerechtshof blijft dus in stand, de bedoelde correspondentie van de afdeling arbeidszaken valt niet onder het inzagerecht.

De Advocaat-Generaal wijst nog op de Dexia jurisprudentie, waarin onderscheid werd gemaakt tussen enerzijds persoonlijke gedachten van medewerkers die bedoeld zijn voor intern overleg en beraad en anderzijds het op basis van die notities opgemaakt definitieve rapport. Een dergelijk rapport valt –vanzelfsprekend wat mij betreft- wél onder het inzagerecht.

De bescherming van persoonsgegevens en privacy staan steeds meer in de belangstelling, de burger –en dus ook de werknemer- wordt mondiger en vraagt steeds vaker om inzage. In de praktijk kan dankbaar gebruik gemaakt worden van de principiële procedures die zo nu en dan gevoerd worden op dit vlak. Daar schaar ik de hier besproken procedure tegen The Royal Bank of Scotland ook onder. In de uitkomst kan ik mij goed vinden, evenals de werknemer dient ook de werkgever in een relatief beslotenheid over een werknemer / arbeidszaak intern te kunnen overleggen, ook via e-mail. Er zijn grenzen aan het inzagerecht te stellen, in de praktijk kan men daarbij primair terugvallen op de Dexia jurisprudentie.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen