Home > Onderwijs > Wachtgeld: dus geen ontbindingsvergoeding
Wachtgeld: dus geen ontbindingsvergoeding

Wachtgeld: dus geen ontbindingsvergoeding

Is een aanzienlijke wachtgeldaanspraak reden om de ontslagvergoeding te matigen? Of zelfs helemaal niets extra’s te betalen? Deze vraag komt met enige regelmaat voor in de arbeidsrechtpraktijk in bijvoorbeeld de zorg en het onderwijs. Aanleiding voor deze bijdrage is de uitspraak van de Rechtbank Maastricht van 29 oktober 2012 die ziet op de cao HBO. De rechter kende géén ontslagvergoeding toe, (mede) omdat de werknemer aanspraak kon maken op een omvangrijke bovenwettelijke uitkering.

Terwijl de wachtgeldregelingen voor ambtenaren de laatste jaren steeds verder versoberd zijn, zijn de regelingen in het HBO buiten schot gebleven. Op grond van de cao HBO in combinatie met de BWRHBO (Bovenwettelijke Werkloosheidsregeling Hoger Beroepsonderwijs) heeft een ontslagen medewerker in het HBO naast de WW-uitkering recht op een aanvullende uitkering en soms ook recht op een aansluitende uitkering (‘bovenwettelijke uitkering’).

De kosten van de bovenwettelijke uitkering komen voor rekening van de HBO-werkgever. Anders dan bijvoorbeeld in het primair onderwijs, kan geen beroep worden op het Participatiefonds die de betalingen overneemt. Dit maakt dat een ontslag in de HBO sector duur kan uitpakken. Enerzijds biedt de aanvullende uitkering met name hen die meer verdienen dan het maximum dagloon veel voordeel. Kort gezegd wordt de WW 2 maanden aan gevuld tot 83%, 10 maanden tot 78% en daarna tot 70% van het loon, dus zonder maximering op de grens van het maximum dagloon. Dat is al snel een kostenpost voor de werkgever. Anderzijds kan aanspraak worden gemaakt op een aansluitende uitkering vanaf 41-jarige leeftijd in combinatie met een diensttijd van ten minste 5 jaar. Ook deze aansluitende uitkering kan voor veel kosten zorgen. Ter illustratie: de aansluitende uitkering duurt voor degene die op de eerste dag van werkloosheid ten minste 12 jaar diensttijd heeft (dit kan ook bij andere onderwijs werkgevers zijn!) en 54 jaar of ouder is, tot de dag waarop men 65 jaar wordt.

De kosten van de bovenwettelijke regeling lopen al snel hoog op, reden waarom door werkgevers in het HBO veelal bepleit wordt dat naast de bovenwettelijke uitkering (ook wel wachtgeld genoemd) géén plaats meer is voor de reguliere ontslagvergoeding. Een op zichzelf goed te verdedigen standpunt wat mij betreft.

De rechtspraak laat een wisselend beeld. Dat sprake is van ‘communicerende vaten’, nemen veel rechters wel aan. Het één heeft invloed op het ander, maar hoe de beoordeling precies uitpakt is ook afhankelijk van de mogelijke verwijtbare handelingen bij werkgever en/of werknemer. De Rechtbank Maastricht heeft er in zijn uitspraak van 29 oktober 2012 geen moeite mee om in het geheel geen vergoeding toe te kennen, nu de bovenwettelijke aanspraak aanzienlijk was (€ 186.551,17). Dit had te maken met de gedragingen van de werknemer, maar aan het slot van de beschikking wordt ook een meer principiële overweging gegeven:

“Deze omvangrijke bovenwettelijke uitkering waarop [verweerder] aanspraak kan maken, zou voor de kantonrechter eveneens aanleiding zijn geweest om geen vergoeding naar billijkheid toe te kennen.”

Vanwege de verwevenheid van de specifieke feiten van de ontslagzaak met de meer principiële vraag of er überhaupt nog ruimte is voor een vergoeding naast een royale wachtgeldregeling, is het lastig om te leunen op jurisprudentie. Deze uitspraak uit Maastricht biedt met name door de laatste overweging juist wél meer algemene aanknopingspunten voor het standpunt dat er naast wachtgeld, geen ruimte is voor een ontslagvergoeding.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen