Home > Algemeen > De initiatiefwet ‘Zekerheid en Flexibiliteit’
De initiatiefwet ‘Zekerheid en Flexibiliteit’

De initiatiefwet ‘Zekerheid en Flexibiliteit’

SP-Kamerlid Paul Ulenbelt en PvdA-Kamerlid Mariëtte Hamer hebben dinsdag het initiatiefwetsvoorstel Zekerheid en Flexibiliteit gepresenteerd op een manifestatie van de FNV. In het Kamerreces zal dit wetsvoorstel officieel ingediend worden om later besproken te worden in de Tweede Kamer. 

De initiatiefwet ‘Zekerheid en Flexibiliteit’ heeft als doel de Wet Flexibiliteit en Zekerheid te moderniseren aan de hand van de maatschappelijke ontwikkelingen en de stand van zaken op de arbeidsmarkt anno 2012. PvdA en SP zijn van mening dat enkele aanpassingen in de Wet Flexibiliteit en Zekerheid noodzakelijk zijn om evenwichtige en bestendige arbeidsrelaties tussen werkgevers en werknemers in de toekomst te garanderen. Het initiatiefwetsvoorstel moet ervoor zorgen dat werknemers met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd eerder een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd krijgen aangeboden. 

Kort samengevat bevat het initiatief wetsvoorstel Zekerheid en Flexibiliteit de volgende punten:

  1. Werknemers met een tijdelijk contract krijgen net als vaste werknemers een ontslagvergoeding als hun contract afloopt. Voor elk gewerkt jaar krijgen ze een maandsalaris.
  2. Werknemers met een tijdelijk contract en uitzendkrachten krijgen ruim van tevoren te horen of het contract verlengd wordt. Hierdoor weten zij op tijd dat hun contract afloopt en kunnen ze op zoek naar ander werk.
  3. De mogelijkheid om contracten voor bepaalde tijd te sluiten wordt beperkt. Er mogen nog maar maximaal twee opvolgende tijdelijke contracten worden gegeven. Iedereen krijgt na maximaal twee jaar een vast contract. De wachttijd van 3 maanden wordt opgerekt naar 12 maanden. De mogelijkheid om in CAO’s hiervan af te wijken, wordt aan banden gelegd.
  4. Nadelen van payrollen worden aangepakt. Een werknemer heeft voortaan maar één werkgever: het bedrijf waar hij gesolliciteerd heeft en waar hij elke dag voor werkt (rechtsvermoeden). Het uitbesteden van personeelsadministratie- en loonbetalingen aan een externe organisatie blijft gewoon mogelijk.
  5. Werkgevers die gebruik maken van vaste contracten worden beloond met een lagere WW-premies. Vaste krachten worden hierdoor goedkoper en aantrekkelijker voor werkgevers.
  6. Het concurrentiebeding verbiedt een werknemer bij een andere werkgever te gaan werken als zijn contract afloopt. Dit past niet bij tijdelijke contracten en wordt daarom alleen toegestaan bij vaste contracten.
  7. De proeftijd, waarbij aan het begin van het contract te allen tijd opgezegd mag worden, is niet langer mogelijk bij een contract voor bepaalde tijd voor minder dan 6 maanden.
  8. Uitzendkrachten krijgen meer rechten. Het gebruik van het uitzendbeding, waardoor uitzendkrachten per direct op straat gezet kunnen worden, wordt aan banden gelegd. Dat mag maximaal 18 maanden gebruikt worden.
  9. Uitzendkrachten krijgen eerder recht op loondoorbetaling als er geen werk is.
  10. Elk contract moet op papier gezet worden zodat alle gemaakte afspraken terug te vinden zijn. 

Over dit initiatiefwetsvoorstel is het laatste woord nog niet gesproken. We houden u op de hoogte van de ontwikkelingen.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen