Home > Algemeen > Balkenendenorm in de cultuursector
Balkenendenorm in de cultuursector

Balkenendenorm in de cultuursector

“De Balkenendenorm is heilig!”
De vaststelling van (de hoogte van) salarissen van bestuurders binnen (semi) overheidsinstanties doet in de huidige samenleving vaak stof opwaaien. Een recent voorbeeld hiervan vormt de stelling van Provinciale Staten van Groningen eind maart 2012 dat het salaris van de nieuwe directeur van het Groninger Museum de zogenoemde ‘Balenendenorm’ (€ 187.340,- euro) niet mag overschrijden. Hogere beloningen voor bestuurders van culturele instellingen drijven op overheidsgeld. Dit was uit den boze en “de Balkenendenorm is heilig”.  Dergelijke uitspraken worden vaker gedaan en zijn het gevolg van talloze reeds gevoerde debatten en de nadere regelgeving die tot doel heeft de inkomens van topfunctionarissen in de (semi)publieke sector te normeren.

In dit artikel wordt kort besproken wat de plannen zijn met betrekking tot het normeren van beloningen van topfunctionarissen werkzaam in de OCW-sectoren, waarbij de nadruk ligt op het Wetsvoorstel Normering bezoldiging Topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT).

Openbaar maken van beloningen van topfunctionarissen
Sinds 2006 zijn organisaties die geheel of gedeeltelijk uit publiek geld worden gefinancierd op grond van de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde topinkomens (Wopt) verplicht de beloningen openbaar te maken van functionarissen van wie de totale jaarbeloning hoger is dan het jaarlijks vast te stellen Wopt-normbedrag (voor 2011: € 193.000).  In het coalitieakkoord van het vierde kabinet Balkenende was, onder meer naar aanleiding van meerdere adviezen van de Commissie Dijkstal, opgenomen dat de beloningen én de ontslagvergoedingen in de publieke en semipublieke sector genormeerd moeten worden. Kabinet Rutte deelt deze opvatting en dit heeft geresulteerd in het in januari 2011 aan de Kamer aangeboden Wetsvoorstel Normering bezoldiging Topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT). De Wopt is in dit wetsvoorstel geïncorporeerd en zal bij inwerkingtreding van de WNT worden ingetrokken. Bijzonder hierbij is dat vanaf dan de bezoldiging van alle topfunctionarissen openbaar moet worden gemaakt, ongeacht of de bezoldiging een bepaalde normering of maximum overschrijdt.

Een drietal beloningsregimes
Hoofdregel is dat de loonvorming het primaat is van de sociale partners. De WNT vormt hier een uitzondering op, waarbij uitdrukkelijk geldt dat de normering uitsluitend topfunctionarissen betreft. Dat wil zeggen: de bestuurders, de hoogste interne toezichthouders, de hoogst leidinggevende functionarissen of het hoogste managementniveau van een instelling. Op overig personeel heeft de normering aldus geen betrekking.

De WNT kent een drietal beloningsregimes: (1) het bezoldigingsmaximum, (2) de sectorale bezoldigingsnorm (voor bijvoorbeeld zorgaanbieders) en (3) het regime waarbij geen normering geldt (vooralsnog slechts voor zorgverzekeraars van toepassing).

Voor de cultuur-sector geldt het bezoldigingsmaximum
Het (zwaarste) beloningsregime, het bezoldigingsmaximum, geldt voor de publieke sector en voor semipublieke instellingen, en is hiermee voor de cultuursector van toepassing.

De beloning van een topfunctionaris wordt onder dit regime gemaximeerd op 130% van het brutosalaris van een minister (momenteel € 187.340,- per jaar), plus het werkgeversdeel van de verplichte sociale premies, een gemaximeerde onkostenvergoeding van € 7.559,- en een gemaximeerde werkgeversbijdrage aan beloning betaalbaar op termijn (pensioen) van € 28.767,-. De overschrijding van één component mag worden gecompenseerd met een lagere andere component. Hier los van mag de totale waarde van een ontslagvergoeding niet hoger zijn dan € 75.000,-.

Kunstensector
De diversiteit aan kunsten valt terug te zien in de manier van financiering binnen deze sector. De mate waarin instellingen worden gesubsidieerd is erg verschillend en daardoor valt de ene instelling wel onder het regime van het bezoldigingsmaximum en de ander niet. Door het Rijk opgerichte fondsen verlenen op hun beurt subsidies op basis van eigen (door de minister van OCW goedgekeurde) regelingen. Deze fondsen zijn rechtspersoon met een wettelijke taak, waarvoor het bezoldigingsmaximum geldt. Verder vallen de fondsen bedoeld in artikel 1 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid onder het bezoldigingsmaximum.

Landelijke publieke omroep en Wereldomroep
De landelijke publieke omroep en Wereldomroep (als zelfstandige taakorganisatie) worden voor het grootste gedeelte bekostigd uit publieke middelen, waarbij sprake is van concurrentie met de marktsector. Het kabinet rekent de sector tot de semipublieke sector waarop het bezoldigingsmaximumregime van toepassing is.

Erfgoedsector
De elf regionale historische centra zijn openbare lichamen en behoren hiermee tot de publieke sector, waarmee toepasselijkheid van het eerste beloningsregime een gegeven is. Rijksmusea zijn aangemerkt als rechtspersonen met een wettelijke taak, en worden voor het grootste deel uit publieke middelen gesubsidieerd. Om deze reden vallen ook zij onder dit beloningsregime.

Naleving van de wet
Het sluitstuk van de normering is dat de bevoegdheid om bezoldigingen boven het normbedrag toe te kennen wordt beperkt. Als er toch hogere bezoldigingen worden overeengekomen wordt in strijd met de wet gehandeld en de teveel betaalde bezoldiging kan dan door de overheid worden teruggevorderd. De betrokken minister krijgt de bevoegdheid om door middel van een last onder dwangsom zowel de instelling als de functionaris te bewegen gemaakte bezoldigingsafspraken die niet voldoen aan de wet te herzien en in het uiterste geval daadwerkelijk te ontnemen.

Gerelateerde artikelen:

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen