Home > Arbeidsovereenkomst > Stilzwijgende voortzetting van bepaalde tijd contracten
Stilzwijgende voortzetting van bepaalde tijd contracten

Stilzwijgende voortzetting van bepaalde tijd contracten

Werkgevers maken veelvuldig gebruik van de mogelijkheid om werknemers een of meerdere contracten voor bepaalde tijd aan te bieden. De zogenaamde Flexwet die op 1 januari 1999 in werking trad, heeft aan de flexibiliteit van het arbeidsrecht zonder meer bijgedragen, maar daaraan tegelijkertijd ook grenzen gesteld. Zo mogen opvolgende contracten voor bepaalde tijd met tussenpozen van niet meer dan 3 maanden de duur van 36 maanden niet overschrijven. Evenmin is het volgens de wet toegestaan meer dan 3 contracten voor bepaalde tijd achterelkaar aan te gaan. Hiervan kan slechts bij CAO ten nadele van de werknemer worden afgeweken.

Stilzwijgend voortgezet?
Een contract voor bepaalde tijd eindigt van rechtswege. Bij het naderen van de einddatum komt de vraag op of de arbeidsovereenkomst al dan niet verlengd gaat worden. Daarbij kan het voorkomen dat de werkgever het arbeidscontract wel wil verlengen, doch enkel voor een kortere duur dan voorheen, bijvoorbeeld omdat bepaalde werkzaamheden nog afgerond moeten worden. Maar wat moet de werkgever nu doen indien de werknemer niet instemt met de kortere verlenging? Wordt de overeenkomst, indien de werknemer doorwerkt, conform artikel 7:668 BW, stilzwijgend voortgezet voor dezelfde duur en arbeidsvoorwaarden? Dit concrete geval deed zich voor in een zaak die vorig jaar oktober door de Hoge Raad werd beoordeeld.

In deze zaak was een werknemer werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst met een duur van één jaar. Voor het verstrijken van de einddatum bood de werkgever schriftelijk een verlenging van twee maanden aan. De werknemer ondertekende het aanbod niet, maar werkte na de einddatum wel gewoon door. Twee weken voor afloop van de door de werkgever aangeboden verlenging van twee maanden liet de werkgever de werknemer weten dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege zou eindigen na die twee maanden. De werknemer stelde zich op het standpunt dat de arbeidsovereenkomst stilzwijgend zonder tegenspraak was voortgezet voor dezelfde periode van één jaar. In dat kader vorderde de werknemer loondoorbetaling tot de dag waarop het dienstverband rechtsgeldig zou zijn geëindigd.

Zowel de kantonrechter als het Hof was van oordeel dat de arbeidsovereenkomst niet zonder tegenspraak was voortgezet nu duidelijk was dat de werkgever slechts de bedoeling had het dienstverband voor twee maanden voort te zetten. De Hoge Raad oordeelde in gelijke zin met de overweging dat ‘in een geval als dit het erop aan komt of de werknemer op grond van gedragingen van de werkgever heeft mogen aannemen dat de arbeidsovereenkomst na afloop van de tijd waarvoor deze was aangegaan stilzwijgend werd voortgezet.’ In deze zaak bestond er geen misverstand over dat de werkgever de arbeidsovereenkomst slechts voor de duur van twee maanden wilde verlengen.

Deze uitspraak maakt duidelijk dat indien het zonder twijfel is dat de werkgever slechts voor een kortere duur wil verlengen, de werknemer geen beroep kan doen op stilzwijgende voortzetting zonder tegenspraak voor dezelfde duur en voorwaarden.

Daarvoor is wel vereist dat de wil van de werkgever duidelijk en ondubbelzinnig vaststaat. De werknemer mag daarover niet kunnen twijfelen. Het is dus van belang dat de werkgever in een dergelijke situatie duidelijkheid aan de werknemer geeft. Die duidelijkheid kan worden gegeven met een brief waarin de duur van de tijdelijke verlenging exact wordt genoemd met de mededeling dat na het verstrijken van deze verlenging de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt. Voorwaarde blijft uiteraard wel dat een tijdelijke verlenging nog mogelijk is. De verlenging mag niet leiden tot een 4e arbeidsovereenkomst of overschrijding van de duur van 36 maanden.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen